Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A2 · Regelmatig

Vervoeging van Hoesten

hoesten = to cough

Hele werkwoord
hoesten
Verleden tijd
hoestte · hoestten
Voltooide tijd
heeft gehoest

Kort antwoord

Hoesten is in het Engels to cough. Verleden tijd: hoestte (enkelvoud) en hoestten (meervoud). Voltooid deelwoord: gehoest, met hebben: ik heb gehoest.

Oefen hoesten

Tegenwoordige tijd

ikhoest
jijhoest
hij/zij/hethoest
wijhoesten
julliehoesten
zijhoesten

Verleden tijd

ikhoestte
jijhoestte
hij/zij/hethoestte
wijhoestten
julliehoestten
zijhoestten

Voltooide tijd

ikheb gehoest
jijhebt gehoest
hij/zij/hetheeft gehoest
wijhebben gehoest
julliehebben gehoest
zijhebben gehoest

Voltooid verleden tijd

ikhad gehoest
jijhad gehoest
hij/zij/hethad gehoest
wijhadden gehoest
julliehadden gehoest
zijhadden gehoest

Toekomende tijd

ikzal hoesten
jijzult hoesten
hij/zij/hetzal hoesten
wijzullen hoesten
julliezullen hoesten
zijzullen hoesten

Voorwaardelijke wijs

ikzou hoesten
jijzou hoesten
hij/zij/hetzou hoesten
wijzouden hoesten
julliezouden hoesten
zijzouden hoesten

Oefen hoesten

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

hoesten in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Mijn broer de hele dag, want hij is ziek.

  2. Verleden tijd

    Vannacht ik heel vaak en kon ik niet slapen.

  3. Voltooide tijd

    De kinderen de hele les .

  4. Bijzin

    De leraar vraagt of jullie nog steeds .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is hoest. In hoesten staat t voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (hoestte, hoestten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (gehoest).

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van hoesten?

hoestte (ik, jij, hij/zij/het) en hoestten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van hoesten?

gehoest, met hebben: ik heb gehoest.

Gebruik je hoesten met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gehoest, hij heeft gehoest.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.