Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A2 · Regelmatig, scheidbaar

Vervoeging van Kaartspelen

kaartspelen = to play cards

Hele werkwoord
kaartspelen
Verleden tijd
speelde kaart · speelden kaart
Voltooide tijd
heeft kaartgespeeld

Kort antwoord

Kaartspelen is in het Engels to play cards. Verleden tijd: speelde kaart (enkelvoud) en speelden kaart (meervoud). Voltooid deelwoord: kaartgespeeld, met hebben: ik heb kaartgespeeld.

Oefen kaartspelen

Tegenwoordige tijd

ikspeel kaart
jijspeelt kaart
hij/zij/hetspeelt kaart
wijspelen kaart
julliespelen kaart
zijspelen kaart

Verleden tijd

ikspeelde kaart
jijspeelde kaart
hij/zij/hetspeelde kaart
wijspeelden kaart
julliespeelden kaart
zijspeelden kaart

Voltooide tijd

ikheb kaartgespeeld
jijhebt kaartgespeeld
hij/zij/hetheeft kaartgespeeld
wijhebben kaartgespeeld
julliehebben kaartgespeeld
zijhebben kaartgespeeld

Voltooid verleden tijd

ikhad kaartgespeeld
jijhad kaartgespeeld
hij/zij/hethad kaartgespeeld
wijhadden kaartgespeeld
julliehadden kaartgespeeld
zijhadden kaartgespeeld

Toekomende tijd

ikzal kaartspelen
jijzult kaartspelen
hij/zij/hetzal kaartspelen
wijzullen kaartspelen
julliezullen kaartspelen
zijzullen kaartspelen

Voorwaardelijke wijs

ikzou kaartspelen
jijzou kaartspelen
hij/zij/hetzou kaartspelen
wijzouden kaartspelen
julliezouden kaartspelen
zijzouden kaartspelen

Kaartspelen is een scheidbaar werkwoord

In een hoofdzin gaat kaart naar het einde (ik speel kaart). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik kaartspeel). Voltooid deelwoord: kaartgespeeld.

Hoofdzinik speel kaart
Vraagspeel jij kaart?
Bijzin… dat ik kaartspeel
Met een modaal werkwoordik wil kaartspelen
Voltooide tijdik heb kaartgespeeld
Met om ... teom kaart te spelen
Gebiedende wijsspeel kaart!

Scheidbare werkwoorden: regels en checker

Oefen kaartspelen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

kaartspelen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Voltooide tijd

    Gisteravond wij urenlang .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is speel. In spelen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (speelde, speelden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (kaartgespeeld).
  • Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat kaart naar het eind: ik speel kaart. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik kaartspeel, ... dat ik kaartspeelde.
  • In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: kaartgespeeld.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van kaartspelen?

speelde kaart (ik, jij, hij/zij/het) en speelden kaart (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van kaartspelen?

kaartgespeeld, met hebben: ik heb kaartgespeeld.

Gebruik je kaartspelen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb kaartgespeeld, hij heeft kaartgespeeld.

Is kaartspelen een scheidbaar werkwoord?

Ja. In een hoofdzin gaat kaart naar het einde (ik speel kaart), in een bijzin blijft het vast (dat ik kaartspeel). Voltooid deelwoord: kaartgespeeld.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.