Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A2 · Regelmatig

Vervoeging van Kauwen

kauwen = to chew

Hele werkwoord
kauwen
Verleden tijd
kauwde · kauwden
Voltooide tijd
heeft gekauwd

Kort antwoord

Kauwen is in het Engels to chew. Verleden tijd: kauwde (enkelvoud) en kauwden (meervoud). Voltooid deelwoord: gekauwd, met hebben: ik heb gekauwd.

Oefen kauwen

Tegenwoordige tijd

ikkauw
jijkauwt
hij/zij/hetkauwt
wijkauwen
julliekauwen
zijkauwen

Verleden tijd

ikkauwde
jijkauwde
hij/zij/hetkauwde
wijkauwden
julliekauwden
zijkauwden

Voltooide tijd

ikheb gekauwd
jijhebt gekauwd
hij/zij/hetheeft gekauwd
wijhebben gekauwd
julliehebben gekauwd
zijhebben gekauwd

Voltooid verleden tijd

ikhad gekauwd
jijhad gekauwd
hij/zij/hethad gekauwd
wijhadden gekauwd
julliehadden gekauwd
zijhadden gekauwd

Toekomende tijd

ikzal kauwen
jijzult kauwen
hij/zij/hetzal kauwen
wijzullen kauwen
julliezullen kauwen
zijzullen kauwen

Voorwaardelijke wijs

ikzou kauwen
jijzou kauwen
hij/zij/hetzou kauwen
wijzouden kauwen
julliezouden kauwen
zijzouden kauwen

Oefen kauwen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

kauwen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De koe rustig op het gras.

  2. Verleden tijd

    Het kind langzaam op zijn brood.

  3. Voltooide tijd

    Ik lang op die harde appel .

  4. Bijzin

    De tandarts zegt dat jij beter moet voordat je slikt.

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is kauw. In kauwen staat w voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (kauwde, kauwden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gekauwd).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij kauwt, maar kauw jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van kauwen?

kauwde (ik, jij, hij/zij/het) en kauwden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van kauwen?

gekauwd, met hebben: ik heb gekauwd.

Gebruik je kauwen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gekauwd, hij heeft gekauwd.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.