Niveau A2 · Regelmatig
Vervoeging van Klappen
klappen = to clap
- Hele werkwoord
- klappen
- Verleden tijd
- klapte · klapten
- Voltooide tijd
- heeft geklapt
Kort antwoord
Klappen is in het Engels to clap. Verleden tijd: klapte (enkelvoud) en klapten (meervoud). Voltooid deelwoord: geklapt, met hebben: ik heb geklapt.
Oefen klappenTegenwoordige tijd
| ik | klap |
| jij | klapt |
| hij/zij/het | klapt |
| wij | klappen |
| jullie | klappen |
| zij | klappen |
Verleden tijd
| ik | klapte |
| jij | klapte |
| hij/zij/het | klapte |
| wij | klapten |
| jullie | klapten |
| zij | klapten |
Voltooide tijd
| ik | heb geklapt |
| jij | hebt geklapt |
| hij/zij/het | heeft geklapt |
| wij | hebben geklapt |
| jullie | hebben geklapt |
| zij | hebben geklapt |
Voltooid verleden tijd
| ik | had geklapt |
| jij | had geklapt |
| hij/zij/het | had geklapt |
| wij | hadden geklapt |
| jullie | hadden geklapt |
| zij | hadden geklapt |
Toekomende tijd
| ik | zal klappen |
| jij | zult klappen |
| hij/zij/het | zal klappen |
| wij | zullen klappen |
| jullie | zullen klappen |
| zij | zullen klappen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou klappen |
| jij | zou klappen |
| hij/zij/het | zou klappen |
| wij | zouden klappen |
| jullie | zouden klappen |
| zij | zouden klappen |
Oefen klappen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
klappen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is klap. In klappen staat p voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (klapte, klapten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (geklapt).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij klapt, maar klap jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van klappen?
klapte (ik, jij, hij/zij/het) en klapten (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van klappen?
geklapt, met hebben: ik heb geklapt.
Gebruik je klappen met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb geklapt, hij heeft geklapt.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.