Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A2 · Regelmatig

Vervoeging van Klappen

klappen = to clap

Hele werkwoord
klappen
Verleden tijd
klapte · klapten
Voltooide tijd
heeft geklapt

Kort antwoord

Klappen is in het Engels to clap. Verleden tijd: klapte (enkelvoud) en klapten (meervoud). Voltooid deelwoord: geklapt, met hebben: ik heb geklapt.

Oefen klappen

Tegenwoordige tijd

ikklap
jijklapt
hij/zij/hetklapt
wijklappen
jullieklappen
zijklappen

Verleden tijd

ikklapte
jijklapte
hij/zij/hetklapte
wijklapten
jullieklapten
zijklapten

Voltooide tijd

ikheb geklapt
jijhebt geklapt
hij/zij/hetheeft geklapt
wijhebben geklapt
julliehebben geklapt
zijhebben geklapt

Voltooid verleden tijd

ikhad geklapt
jijhad geklapt
hij/zij/hethad geklapt
wijhadden geklapt
julliehadden geklapt
zijhadden geklapt

Toekomende tijd

ikzal klappen
jijzult klappen
hij/zij/hetzal klappen
wijzullen klappen
julliezullen klappen
zijzullen klappen

Voorwaardelijke wijs

ikzou klappen
jijzou klappen
hij/zij/hetzou klappen
wijzouden klappen
julliezouden klappen
zijzouden klappen

Oefen klappen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

klappen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De kinderen heel hard voor de clown.

  2. Verleden tijd

    Na het concert het publiek lang.

  3. Voltooide tijd

    Iedereen na de film .

  4. Bijzin

    Ik ben blij, omdat de mensen zo mooi .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is klap. In klappen staat p voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (klapte, klapten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (geklapt).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij klapt, maar klap jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van klappen?

klapte (ik, jij, hij/zij/het) en klapten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van klappen?

geklapt, met hebben: ik heb geklapt.

Gebruik je klappen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb geklapt, hij heeft geklapt.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.