Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig

Vervoeging van Knipperen

knipperen = to blink

Hele werkwoord
knipperen
Verleden tijd
knipperde · knipperden
Voltooide tijd
heeft geknipperd

Kort antwoord

Knipperen is in het Engels to blink. Verleden tijd: knipperde (enkelvoud) en knipperden (meervoud). Voltooid deelwoord: geknipperd, met hebben: ik heb geknipperd.

Oefen knipperen

Tegenwoordige tijd

ikknipper
jijknippert
hij/zij/hetknippert
wijknipperen
jullieknipperen
zijknipperen

Verleden tijd

ikknipperde
jijknipperde
hij/zij/hetknipperde
wijknipperden
jullieknipperden
zijknipperden

Voltooide tijd

ikheb geknipperd
jijhebt geknipperd
hij/zij/hetheeft geknipperd
wijhebben geknipperd
julliehebben geknipperd
zijhebben geknipperd

Voltooid verleden tijd

ikhad geknipperd
jijhad geknipperd
hij/zij/hethad geknipperd
wijhadden geknipperd
julliehadden geknipperd
zijhadden geknipperd

Toekomende tijd

ikzal knipperen
jijzult knipperen
hij/zij/hetzal knipperen
wijzullen knipperen
julliezullen knipperen
zijzullen knipperen

Voorwaardelijke wijs

ikzou knipperen
jijzou knipperen
hij/zij/hetzou knipperen
wijzouden knipperen
julliezouden knipperen
zijzouden knipperen

Oefen knipperen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

knipperen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Ik met mijn ogen door het felle licht.

  2. Verleden tijd

    De baby verbaasd met haar ogen.

  3. Voltooide tijd

    Jij niet eens tijdens de foto.

  4. Bijzin

    Hij kijkt me aan zonder dat hij .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is knipper. In knipperen staat r voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (knipperde, knipperden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (geknipperd).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij knippert, maar knipper jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van knipperen?

knipperde (ik, jij, hij/zij/het) en knipperden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van knipperen?

geknipperd, met hebben: ik heb geknipperd.

Gebruik je knipperen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb geknipperd, hij heeft geknipperd.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.