Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A2 · Regelmatig

Vervoeging van Kussen

kussen = to kiss

Hele werkwoord
kussen
Verleden tijd
kuste · kusten
Voltooide tijd
heeft gekust

Kort antwoord

Kussen is in het Engels to kiss. Verleden tijd: kuste (enkelvoud) en kusten (meervoud). Voltooid deelwoord: gekust, met hebben: ik heb gekust.

Oefen kussen

Tegenwoordige tijd

ikkus
jijkust
hij/zij/hetkust
wijkussen
julliekussen
zijkussen

Verleden tijd

ikkuste
jijkuste
hij/zij/hetkuste
wijkusten
julliekusten
zijkusten

Voltooide tijd

ikheb gekust
jijhebt gekust
hij/zij/hetheeft gekust
wijhebben gekust
julliehebben gekust
zijhebben gekust

Voltooid verleden tijd

ikhad gekust
jijhad gekust
hij/zij/hethad gekust
wijhadden gekust
julliehadden gekust
zijhadden gekust

Toekomende tijd

ikzal kussen
jijzult kussen
hij/zij/hetzal kussen
wijzullen kussen
julliezullen kussen
zijzullen kussen

Voorwaardelijke wijs

ikzou kussen
jijzou kussen
hij/zij/hetzou kussen
wijzouden kussen
julliezouden kussen
zijzouden kussen

Oefen kussen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is kus. In kussen staat s voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (kuste, kusten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (gekust).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij kust, maar kus jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van kussen?

kuste (ik, jij, hij/zij/het) en kusten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van kussen?

gekust, met hebben: ik heb gekust.

Gebruik je kussen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gekust, hij heeft gekust.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.