Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig

Vervoeging van Lijmen

lijmen = to glue

Hele werkwoord
lijmen
Verleden tijd
lijmde · lijmden
Voltooide tijd
heeft gelijmd

Kort antwoord

Lijmen is in het Engels to glue. Verleden tijd: lijmde (enkelvoud) en lijmden (meervoud). Voltooid deelwoord: gelijmd, met hebben: ik heb gelijmd.

Oefen lijmen

Tegenwoordige tijd

iklijm
jijlijmt
hij/zij/hetlijmt
wijlijmen
jullielijmen
zijlijmen

Verleden tijd

iklijmde
jijlijmde
hij/zij/hetlijmde
wijlijmden
jullielijmden
zijlijmden

Voltooide tijd

ikheb gelijmd
jijhebt gelijmd
hij/zij/hetheeft gelijmd
wijhebben gelijmd
julliehebben gelijmd
zijhebben gelijmd

Voltooid verleden tijd

ikhad gelijmd
jijhad gelijmd
hij/zij/hethad gelijmd
wijhadden gelijmd
julliehadden gelijmd
zijhadden gelijmd

Toekomende tijd

ikzal lijmen
jijzult lijmen
hij/zij/hetzal lijmen
wijzullen lijmen
julliezullen lijmen
zijzullen lijmen

Voorwaardelijke wijs

ikzou lijmen
jijzou lijmen
hij/zij/hetzou lijmen
wijzouden lijmen
julliezouden lijmen
zijzouden lijmen

Oefen lijmen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

lijmen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Jij het kapotte bord weer aan elkaar.

  2. Verleden tijd

    Gisteren ik de losse poot van de stoel.

  3. Voltooide tijd

    Zij de scheur in het boek snel .

  4. Bijzin

    Het kind huilt omdat papa de kapotte pop niet kan .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is lijm. In lijmen staat m voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (lijmde, lijmden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gelijmd).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij lijmt, maar lijm jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van lijmen?

lijmde (ik, jij, hij/zij/het) en lijmden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van lijmen?

gelijmd, met hebben: ik heb gelijmd.

Gebruik je lijmen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gelijmd, hij heeft gelijmd.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.