Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A2 · Regelmatig

Vervoeging van Missen

missen = to miss

Hele werkwoord
missen
Verleden tijd
miste · misten
Voltooide tijd
heeft gemist

Kort antwoord

Missen is in het Engels to miss. Verleden tijd: miste (enkelvoud) en misten (meervoud). Voltooid deelwoord: gemist, met hebben: ik heb gemist.

Oefen missen

Tegenwoordige tijd

ikmis
jijmist
hij/zij/hetmist
wijmissen
julliemissen
zijmissen

Verleden tijd

ikmiste
jijmiste
hij/zij/hetmiste
wijmisten
julliemisten
zijmisten

Voltooide tijd

ikheb gemist
jijhebt gemist
hij/zij/hetheeft gemist
wijhebben gemist
julliehebben gemist
zijhebben gemist

Voltooid verleden tijd

ikhad gemist
jijhad gemist
hij/zij/hethad gemist
wijhadden gemist
julliehadden gemist
zijhadden gemist

Toekomende tijd

ikzal missen
jijzult missen
hij/zij/hetzal missen
wijzullen missen
julliezullen missen
zijzullen missen

Voorwaardelijke wijs

ikzou missen
jijzou missen
hij/zij/hetzou missen
wijzouden missen
julliezouden missen
zijzouden missen

Oefen missen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is mis. In missen staat s voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (miste, misten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (gemist).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij mist, maar mis jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van missen?

miste (ik, jij, hij/zij/het) en misten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van missen?

gemist, met hebben: ik heb gemist.

Gebruik je missen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gemist, hij heeft gemist.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.