Level A2 · Irregular
Vechten conjugation
vechten = to fight
- Infinitive
- vechten
- Past
- vocht · vochten
- Perfect
- heeft gevochten
Quick answer
Vechten means to fight. Past tense: vocht (singular) and vochten (plural). Past participle: gevochten, with hebben: ik heb gevochten.
Practise vechtenPresent (tegenwoordige tijd)
| ik | vecht |
| jij | vecht |
| hij/zij/het | vecht |
| wij | vechten |
| jullie | vechten |
| zij | vechten |
Past (verleden tijd)
| ik | vocht |
| jij | vocht |
| hij/zij/het | vocht |
| wij | vochten |
| jullie | vochten |
| zij | vochten |
Perfect (voltooide tijd)
| ik | heb gevochten |
| jij | hebt gevochten |
| hij/zij/het | heeft gevochten |
| wij | hebben gevochten |
| jullie | hebben gevochten |
| zij | hebben gevochten |
Past perfect (voltooid verleden tijd)
| ik | had gevochten |
| jij | had gevochten |
| hij/zij/het | had gevochten |
| wij | hadden gevochten |
| jullie | hadden gevochten |
| zij | hadden gevochten |
Future (toekomende tijd)
| ik | zal vechten |
| jij | zult vechten |
| hij/zij/het | zal vechten |
| wij | zullen vechten |
| jullie | zullen vechten |
| zij | zullen vechten |
Conditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou vechten |
| jij | zou vechten |
| hij/zij/het | zou vechten |
| wij | zouden vechten |
| jullie | zouden vechten |
| zij | zouden vechten |
Practise vechten
Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.
1 of 60 ✓
Present
How this verb works
- Irregular verb: the past tense and participle do not follow the regular -te/-de pattern, so learn the three forms together: vechten, vocht, gevochten.
Questions about Dutch verbs
What is the past tense of vechten?
vocht (ik, jij, hij/zij/het) and vochten (wij, jullie, zij).
What is the past participle of vechten?
gevochten, with hebben: ik heb gevochten.
Is vechten used with hebben or zijn?
With hebben: ik heb gevochten, hij heeft gevochten.
More verbs
All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker
Want to stop looking words up?
The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.
Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.