Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig, scheidbaar

Vervoeging van Neerleggen

neerleggen = to lay down, to accept

Hele werkwoord
neerleggen
Verleden tijd
legde neer · legden neer
Voltooide tijd
heeft neergelegd

Kort antwoord

Neerleggen is in het Engels to lay down, to accept. Verleden tijd: legde neer (enkelvoud) en legden neer (meervoud). Voltooid deelwoord: neergelegd, met hebben: ik heb neergelegd.

Oefen neerleggen

Tegenwoordige tijd

ikleg neer
jijlegt neer
hij/zij/hetlegt neer
wijleggen neer
jullieleggen neer
zijleggen neer

Verleden tijd

iklegde neer
jijlegde neer
hij/zij/hetlegde neer
wijlegden neer
jullielegden neer
zijlegden neer

Voltooide tijd

ikheb neergelegd
jijhebt neergelegd
hij/zij/hetheeft neergelegd
wijhebben neergelegd
julliehebben neergelegd
zijhebben neergelegd

Voltooid verleden tijd

ikhad neergelegd
jijhad neergelegd
hij/zij/hethad neergelegd
wijhadden neergelegd
julliehadden neergelegd
zijhadden neergelegd

Toekomende tijd

ikzal neerleggen
jijzult neerleggen
hij/zij/hetzal neerleggen
wijzullen neerleggen
julliezullen neerleggen
zijzullen neerleggen

Voorwaardelijke wijs

ikzou neerleggen
jijzou neerleggen
hij/zij/hetzou neerleggen
wijzouden neerleggen
julliezouden neerleggen
zijzouden neerleggen

Neerleggen is een scheidbaar werkwoord

In een hoofdzin gaat neer naar het einde (ik leg neer). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik neerleg). Voltooid deelwoord: neergelegd.

Hoofdzinik leg neer
Vraagleg jij neer?
Bijzin… dat ik neerleg
Met een modaal werkwoordik wil neerleggen
Voltooide tijdik heb neergelegd
Met om ... teom neer te leggen
Gebiedende wijsleg neer!

Scheidbare werkwoorden: regels en checker

Oefen neerleggen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

neerleggen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Ik mijn telefoon op tafel .

  2. Verleden tijd

    De man zijn tas op de grond .

  3. Voltooide tijd

    Zij het boek op de stoel .

  4. Verleden tijd

    Na een lange strijd de buren zich erbij .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is leg. In leggen staat g voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (legde, legden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (neergelegd).
  • Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat neer naar het eind: ik leg neer. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik neerleg, ... dat ik neerlegde.
  • In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: neergelegd.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van neerleggen?

legde neer (ik, jij, hij/zij/het) en legden neer (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van neerleggen?

neergelegd, met hebben: ik heb neergelegd.

Gebruik je neerleggen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb neergelegd, hij heeft neergelegd.

Is neerleggen een scheidbaar werkwoord?

Ja. In een hoofdzin gaat neer naar het einde (ik leg neer), in een bijzin blijft het vast (dat ik neerleg). Voltooid deelwoord: neergelegd.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.