Niveau B1 · Onregelmatig, scheidbaar
Vervoeging van Opgaan
opgaan = to go up
- Hele werkwoord
- opgaan
- Verleden tijd
- ging op · gingen op
- Voltooide tijd
- is opgegaan
Kort antwoord
Opgaan is in het Engels to go up. Verleden tijd: ging op (enkelvoud) en gingen op (meervoud). Voltooid deelwoord: opgegaan, met zijn: ik ben opgegaan.
Oefen opgaanTegenwoordige tijd
| ik | ga op |
| jij | gaat op |
| hij/zij/het | gaat op |
| wij | gaan op |
| jullie | gaan op |
| zij | gaan op |
Verleden tijd
| ik | ging op |
| jij | ging op |
| hij/zij/het | ging op |
| wij | gingen op |
| jullie | gingen op |
| zij | gingen op |
Voltooide tijd
| ik | ben opgegaan |
| jij | bent opgegaan |
| hij/zij/het | is opgegaan |
| wij | zijn opgegaan |
| jullie | zijn opgegaan |
| zij | zijn opgegaan |
Voltooid verleden tijd
| ik | was opgegaan |
| jij | was opgegaan |
| hij/zij/het | was opgegaan |
| wij | waren opgegaan |
| jullie | waren opgegaan |
| zij | waren opgegaan |
Toekomende tijd
| ik | zal opgaan |
| jij | zult opgaan |
| hij/zij/het | zal opgaan |
| wij | zullen opgaan |
| jullie | zullen opgaan |
| zij | zullen opgaan |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou opgaan |
| jij | zou opgaan |
| hij/zij/het | zou opgaan |
| wij | zouden opgaan |
| jullie | zouden opgaan |
| zij | zouden opgaan |
Opgaan is een scheidbaar werkwoord
In een hoofdzin gaat op naar het einde (ik ga op). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik opga). Voltooid deelwoord: opgegaan.
| Hoofdzin | ik ga op |
| Vraag | ga jij op? |
| Bijzin | … dat ik opga |
| Met een modaal werkwoord | ik wil opgaan |
| Voltooide tijd | ik ben opgegaan |
| Met om ... te | om op te gaan |
| Gebiedende wijs | ga op! |
Oefen opgaan
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
opgaan in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: opgaan, ging op, opgegaan.
- Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat op naar het eind: ik ga op. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik opga, ... dat ik opging.
- In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: opgegaan.
- Voltooide tijd met zijn: ik ben opgegaan, niet ik heb opgegaan.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van opgaan?
ging op (ik, jij, hij/zij/het) en gingen op (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van opgaan?
opgegaan, met zijn: ik ben opgegaan.
Gebruik je opgaan met hebben of zijn?
Met zijn: ik ben opgegaan, hij is opgegaan.
Is opgaan een scheidbaar werkwoord?
Ja. In een hoofdzin gaat op naar het einde (ik ga op), in een bijzin blijft het vast (dat ik opga). Voltooid deelwoord: opgegaan.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.