Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Onregelmatig, scheidbaar

Vervoeging van Opgaan

opgaan = to go up

Hele werkwoord
opgaan
Verleden tijd
ging op · gingen op
Voltooide tijd
is opgegaan

Kort antwoord

Opgaan is in het Engels to go up. Verleden tijd: ging op (enkelvoud) en gingen op (meervoud). Voltooid deelwoord: opgegaan, met zijn: ik ben opgegaan.

Oefen opgaan

Tegenwoordige tijd

ikga op
jijgaat op
hij/zij/hetgaat op
wijgaan op
julliegaan op
zijgaan op

Verleden tijd

ikging op
jijging op
hij/zij/hetging op
wijgingen op
julliegingen op
zijgingen op

Voltooide tijd

ikben opgegaan
jijbent opgegaan
hij/zij/hetis opgegaan
wijzijn opgegaan
julliezijn opgegaan
zijzijn opgegaan

Voltooid verleden tijd

ikwas opgegaan
jijwas opgegaan
hij/zij/hetwas opgegaan
wijwaren opgegaan
julliewaren opgegaan
zijwaren opgegaan

Toekomende tijd

ikzal opgaan
jijzult opgaan
hij/zij/hetzal opgaan
wijzullen opgaan
julliezullen opgaan
zijzullen opgaan

Voorwaardelijke wijs

ikzou opgaan
jijzou opgaan
hij/zij/hetzou opgaan
wijzouden opgaan
julliezouden opgaan
zijzouden opgaan

Opgaan is een scheidbaar werkwoord

In een hoofdzin gaat op naar het einde (ik ga op). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik opga). Voltooid deelwoord: opgegaan.

Hoofdzinik ga op
Vraagga jij op?
Bijzin… dat ik opga
Met een modaal werkwoordik wil opgaan
Voltooide tijdik ben opgegaan
Met om ... teom op te gaan
Gebiedende wijsga op!

Scheidbare werkwoorden: regels en checker

Oefen opgaan

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

opgaan in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Elke ochtend de zon om zes uur .

  2. Verleden tijd

    Vroeger ik elke dag om zeven uur .

  3. Voltooide tijd

    De zon vanochtend heel vroeg .

Zo werkt dit werkwoord

  • Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: opgaan, ging op, opgegaan.
  • Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat op naar het eind: ik ga op. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik opga, ... dat ik opging.
  • In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: opgegaan.
  • Voltooide tijd met zijn: ik ben opgegaan, niet ik heb opgegaan.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van opgaan?

ging op (ik, jij, hij/zij/het) en gingen op (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van opgaan?

opgegaan, met zijn: ik ben opgegaan.

Gebruik je opgaan met hebben of zijn?

Met zijn: ik ben opgegaan, hij is opgegaan.

Is opgaan een scheidbaar werkwoord?

Ja. In een hoofdzin gaat op naar het einde (ik ga op), in een bijzin blijft het vast (dat ik opga). Voltooid deelwoord: opgegaan.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.