Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A2 · Regelmatig, scheidbaar

Vervoeging van Opwarmen

opwarmen = to warm up

Hele werkwoord
opwarmen
Verleden tijd
warmde op · warmden op
Voltooide tijd
heeft opgewarmd

Kort antwoord

Opwarmen is in het Engels to warm up. Verleden tijd: warmde op (enkelvoud) en warmden op (meervoud). Voltooid deelwoord: opgewarmd, met hebben: ik heb opgewarmd.

Oefen opwarmen

Tegenwoordige tijd

ikwarm op
jijwarmt op
hij/zij/hetwarmt op
wijwarmen op
julliewarmen op
zijwarmen op

Verleden tijd

ikwarmde op
jijwarmde op
hij/zij/hetwarmde op
wijwarmden op
julliewarmden op
zijwarmden op

Voltooide tijd

ikheb opgewarmd
jijhebt opgewarmd
hij/zij/hetheeft opgewarmd
wijhebben opgewarmd
julliehebben opgewarmd
zijhebben opgewarmd

Voltooid verleden tijd

ikhad opgewarmd
jijhad opgewarmd
hij/zij/hethad opgewarmd
wijhadden opgewarmd
julliehadden opgewarmd
zijhadden opgewarmd

Toekomende tijd

ikzal opwarmen
jijzult opwarmen
hij/zij/hetzal opwarmen
wijzullen opwarmen
julliezullen opwarmen
zijzullen opwarmen

Voorwaardelijke wijs

ikzou opwarmen
jijzou opwarmen
hij/zij/hetzou opwarmen
wijzouden opwarmen
julliezouden opwarmen
zijzouden opwarmen

Opwarmen is een scheidbaar werkwoord

In een hoofdzin gaat op naar het einde (ik warm op). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik opwarm). Voltooid deelwoord: opgewarmd.

Hoofdzinik warm op
Vraagwarm jij op?
Bijzin… dat ik opwarm
Met een modaal werkwoordik wil opwarmen
Voltooide tijdik heb opgewarmd
Met om ... teom op te warmen
Gebiedende wijswarm op!

Scheidbare werkwoorden: regels en checker

Oefen opwarmen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

opwarmen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Ik de soep van gisteren in de magnetron .

  2. Verleden tijd

    Zij het eten voor de kinderen .

  3. Voltooide tijd

    Jij de pizza al .

  4. Bijzin

    Het is lekker, omdat we de pasta goed .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is warm. In warmen staat m voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (warmde, warmden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (opgewarmd).
  • Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat op naar het eind: ik warm op. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik opwarm, ... dat ik opwarmde.
  • In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: opgewarmd.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van opwarmen?

warmde op (ik, jij, hij/zij/het) en warmden op (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van opwarmen?

opgewarmd, met hebben: ik heb opgewarmd.

Gebruik je opwarmen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb opgewarmd, hij heeft opgewarmd.

Is opwarmen een scheidbaar werkwoord?

Ja. In een hoofdzin gaat op naar het einde (ik warm op), in een bijzin blijft het vast (dat ik opwarm). Voltooid deelwoord: opgewarmd.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.