Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A2 · Regelmatig

Vervoeging van Pinnen

pinnen = to pay by card

Hele werkwoord
pinnen
Verleden tijd
pinde · pinden
Voltooide tijd
heeft gepind

Kort antwoord

Pinnen is in het Engels to pay by card. Verleden tijd: pinde (enkelvoud) en pinden (meervoud). Voltooid deelwoord: gepind, met hebben: ik heb gepind.

Oefen pinnen

Tegenwoordige tijd

ikpin
jijpint
hij/zij/hetpint
wijpinnen
julliepinnen
zijpinnen

Verleden tijd

ikpinde
jijpinde
hij/zij/hetpinde
wijpinden
julliepinden
zijpinden

Voltooide tijd

ikheb gepind
jijhebt gepind
hij/zij/hetheeft gepind
wijhebben gepind
julliehebben gepind
zijhebben gepind

Voltooid verleden tijd

ikhad gepind
jijhad gepind
hij/zij/hethad gepind
wijhadden gepind
julliehadden gepind
zijhadden gepind

Toekomende tijd

ikzal pinnen
jijzult pinnen
hij/zij/hetzal pinnen
wijzullen pinnen
julliezullen pinnen
zijzullen pinnen

Voorwaardelijke wijs

ikzou pinnen
jijzou pinnen
hij/zij/hetzou pinnen
wijzouden pinnen
julliezouden pinnen
zijzouden pinnen

Oefen pinnen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

pinnen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Ik altijd in de supermarkt, want ik heb weinig cash.

  2. Verleden tijd

    Gisteren hij zijn boodschappen bij de bakker.

  3. Voltooide tijd

    Wij gisteren in het restaurant .

  4. Bijzin

    Ze zegt dat jullie hier niet kunnen .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is pin. In pinnen staat n voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (pinde, pinden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gepind).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij pint, maar pin jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van pinnen?

pinde (ik, jij, hij/zij/het) en pinden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van pinnen?

gepind, met hebben: ik heb gepind.

Gebruik je pinnen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gepind, hij heeft gepind.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.