Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A2 · Regelmatig

Vervoeging van Plannen

plannen = to plan

Hele werkwoord
plannen
Verleden tijd
plande · planden
Voltooide tijd
heeft gepland

Kort antwoord

Plannen is in het Engels to plan. Verleden tijd: plande (enkelvoud) en planden (meervoud). Voltooid deelwoord: gepland, met hebben: ik heb gepland.

Oefen plannen

Tegenwoordige tijd

ikplan
jijplant
hij/zij/hetplant
wijplannen
jullieplannen
zijplannen

Verleden tijd

ikplande
jijplande
hij/zij/hetplande
wijplanden
jullieplanden
zijplanden

Voltooide tijd

ikheb gepland
jijhebt gepland
hij/zij/hetheeft gepland
wijhebben gepland
julliehebben gepland
zijhebben gepland

Voltooid verleden tijd

ikhad gepland
jijhad gepland
hij/zij/hethad gepland
wijhadden gepland
julliehadden gepland
zijhadden gepland

Toekomende tijd

ikzal plannen
jijzult plannen
hij/zij/hetzal plannen
wijzullen plannen
julliezullen plannen
zijzullen plannen

Voorwaardelijke wijs

ikzou plannen
jijzou plannen
hij/zij/hetzou plannen
wijzouden plannen
julliezouden plannen
zijzouden plannen

Oefen plannen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

plannen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Wij volgende week een feestje voor Anna.

  2. Verleden tijd

    Vorig jaar hij een reis naar Spanje.

  3. Voltooide tijd

    Ik de vergadering voor donderdag .

  4. Bijzin

    Het werkt beter als jullie alles op tijd .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is plan. In plannen staat n voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (plande, planden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gepland).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij plant, maar plan jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van plannen?

plande (ik, jij, hij/zij/het) en planden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van plannen?

gepland, met hebben: ik heb gepland.

Gebruik je plannen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gepland, hij heeft gepland.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.