Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Regelmatig

Vervoeging van Plegen

plegen = to commit, care for

Hele werkwoord
plegen
Verleden tijd
pleegde · pleegden
Voltooide tijd
heeft gepleegd

Kort antwoord

Plegen is in het Engels to commit, care for. Verleden tijd: pleegde (enkelvoud) en pleegden (meervoud). Voltooid deelwoord: gepleegd, met hebben: ik heb gepleegd.

Oefen plegen

Tegenwoordige tijd

ikpleeg
jijpleegt
hij/zij/hetpleegt
wijplegen
jullieplegen
zijplegen

Verleden tijd

ikpleegde
jijpleegde
hij/zij/hetpleegde
wijpleegden
julliepleegden
zijpleegden

Voltooide tijd

ikheb gepleegd
jijhebt gepleegd
hij/zij/hetheeft gepleegd
wijhebben gepleegd
julliehebben gepleegd
zijhebben gepleegd

Voltooid verleden tijd

ikhad gepleegd
jijhad gepleegd
hij/zij/hethad gepleegd
wijhadden gepleegd
julliehadden gepleegd
zijhadden gepleegd

Toekomende tijd

ikzal plegen
jijzult plegen
hij/zij/hetzal plegen
wijzullen plegen
julliezullen plegen
zijzullen plegen

Voorwaardelijke wijs

ikzou plegen
jijzou plegen
hij/zij/hetzou plegen
wijzouden plegen
julliezouden plegen
zijzouden plegen

Plegen heeft een tweede betekenis

Plegen kan ook to usually do betekenen, met andere vormen: pleegt, placht, geplacht.

Tegenwoordige tijdik pleeg · hij pleegt
Verleden tijdik placht · hij placht
Voltooide tijdik heb geplacht · hij heeft geplacht

Oefen plegen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

plegen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De man vaak kleine misdaden in de stad.

  2. Verleden tijd

    De dief vorige week een inbraak in onze straat.

  3. Verleden tijd

    Wij elke dag zorg voor onze zieke buurman.

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is pleeg. In plegen staat g voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (pleegde, pleegden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gepleegd).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij pleegt, maar pleeg jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van plegen?

pleegde (ik, jij, hij/zij/het) en pleegden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van plegen?

gepleegd, met hebben: ik heb gepleegd.

Gebruik je plegen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gepleegd, hij heeft gepleegd.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.