Niveau B1 · Regelmatig
Vervoeging van Produceren
produceren = to produce
- Hele werkwoord
- produceren
- Verleden tijd
- produceerde · produceerden
- Voltooide tijd
- heeft geproduceerd
Kort antwoord
Produceren is in het Engels to produce. Verleden tijd: produceerde (enkelvoud) en produceerden (meervoud). Voltooid deelwoord: geproduceerd, met hebben: ik heb geproduceerd.
Oefen producerenTegenwoordige tijd
| ik | produceer |
| jij | produceert |
| hij/zij/het | produceert |
| wij | produceren |
| jullie | produceren |
| zij | produceren |
Verleden tijd
| ik | produceerde |
| jij | produceerde |
| hij/zij/het | produceerde |
| wij | produceerden |
| jullie | produceerden |
| zij | produceerden |
Voltooide tijd
| ik | heb geproduceerd |
| jij | hebt geproduceerd |
| hij/zij/het | heeft geproduceerd |
| wij | hebben geproduceerd |
| jullie | hebben geproduceerd |
| zij | hebben geproduceerd |
Voltooid verleden tijd
| ik | had geproduceerd |
| jij | had geproduceerd |
| hij/zij/het | had geproduceerd |
| wij | hadden geproduceerd |
| jullie | hadden geproduceerd |
| zij | hadden geproduceerd |
Toekomende tijd
| ik | zal produceren |
| jij | zult produceren |
| hij/zij/het | zal produceren |
| wij | zullen produceren |
| jullie | zullen produceren |
| zij | zullen produceren |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou produceren |
| jij | zou produceren |
| hij/zij/het | zou produceren |
| wij | zouden produceren |
| jullie | zouden produceren |
| zij | zouden produceren |
Oefen produceren
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
produceren in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is produceer. In produceren staat r voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (produceerde, produceerden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (geproduceerd).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij produceert, maar produceer jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van produceren?
produceerde (ik, jij, hij/zij/het) en produceerden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van produceren?
geproduceerd, met hebben: ik heb geproduceerd.
Gebruik je produceren met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb geproduceerd, hij heeft geproduceerd.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.