Dutch Fluency
تعیین سطح منسطح
ورود

سطح B1 · باقاعده

صرف فعل Produceren

produceren = تولیدکردن

مصدر
produceren
گذشته
produceerde · produceerden
ماضی نقلی
heeft geproduceerd

پاسخ کوتاه

Produceren یعنی تولیدکردن. گذشته ساده: produceerde (مفرد) و produceerden (جمع). صفت مفعولی (voltooid deelwoord): geproduceerd، با hebben: ik heb geproduceerd.

تمرین produceren

حال (tegenwoordige tijd)

ikproduceer
jijproduceert
hij/zij/hetproduceert
wijproduceren
jullieproduceren
zijproduceren

گذشته ساده (verleden tijd)

ikproduceerde
jijproduceerde
hij/zij/hetproduceerde
wijproduceerden
jullieproduceerden
zijproduceerden

ماضی نقلی (voltooide tijd)

ikheb geproduceerd
jijhebt geproduceerd
hij/zij/hetheeft geproduceerd
wijhebben geproduceerd
julliehebben geproduceerd
zijhebben geproduceerd

ماضی بعید (voltooid verleden tijd)

ikhad geproduceerd
jijhad geproduceerd
hij/zij/hethad geproduceerd
wijhadden geproduceerd
julliehadden geproduceerd
zijhadden geproduceerd

آینده (toekomende tijd)

ikzal produceren
jijzult produceren
hij/zij/hetzal produceren
wijzullen produceren
julliezullen produceren
zijzullen produceren

شرطی (voorwaardelijke wijs)

ikzou produceren
jijzou produceren
hij/zij/hetzou produceren
wijzouden produceren
julliezouden produceren
zijzouden produceren

تمرین produceren

شش صورت کوتاه. پاسخ را بنویسید، Enter را بزنید و فوراً ببینید درست است یا نه.

1 از 60 ✓

حال

ik

produceren در جمله

شکل درست را وارد کنید. جمله به شما می‌گوید چه کسی و چه زمانی، و بعد از بررسی پاسخ، معنی آن را هم می‌بینید.

  1. حال

    Deze fabriek elke dag duizend fietsen.

  2. گذشته ساده

    Het bedrijf vroeger alleen kleine auto's.

  3. ماضی نقلی

    De boer dit jaar veel melk .

  4. جمله‌ی پیرو

    Ik weet dat die bedrijven veel afval .

این فعل چگونه کار می‌کند

  • فعل باقاعده. ستاک آن produceer است. در مصدر produceren پیش از -en حرف r آمده که جزو 't kofschip نیست (t, k, f, s, ch, p)، پس گذشته ساده -de می‌گیرد (produceerde، produceerden) و صفت مفعولی به -d ختم می‌شود (geproduceerd).
  • وقتی jij بعد از فعل بیاید، -t حذف می‌شود: jij produceert، اما produceer jij?

پرسش‌ها درباره فعل‌های هلندی

گذشته ساده produceren چیست؟

produceerde (ik، jij، hij/zij/het) و produceerden (wij، jullie، zij).

صفت مفعولی (voltooid deelwoord) produceren چیست؟

geproduceerd، با hebben: ik heb geproduceerd.

آیا produceren با hebben به کار می‌رود یا با zijn؟

با hebben: ik heb geproduceerd, hij heeft geproduceerd.

فعل‌های بیشتر

همه فعل‌هاهمه‌ی فعل‌ها از A تا Zفعل‌های جدا‌شدنی: قواعد و بررسی‌گربررسی de یا het

می‌خواهید دیگر همه‌چیز را جست‌وجو نکنید؟

آزمون تعیین سطح رایگان نشان می‌دهد هلندی شما کجاست و بعد چه یاد بگیرید.

صورت‌ها با ویکی‌واژه بررسی شده‌اند. زمان‌های مرکب با صورت‌های ثابت hebben، zijn، zullen و zou ساخته می‌شوند.