Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A1 · Regelmatig

Vervoeging van Regenen

regenen = to rain

Hele werkwoord
regenen
Verleden tijd
regende · regenden
Voltooide tijd
heeft geregend

Kort antwoord

Regenen is in het Engels to rain. Verleden tijd: regende (enkelvoud) en regenden (meervoud). Voltooid deelwoord: geregend, met hebben: ik heb geregend.

Oefen regenen

Tegenwoordige tijd

ikregen
jijregent
hij/zij/hetregent
wijregenen
jullieregenen
zijregenen

Verleden tijd

ikregende
jijregende
hij/zij/hetregende
wijregenden
jullieregenden
zijregenden

Voltooide tijd

ikheb geregend
jijhebt geregend
hij/zij/hetheeft geregend
wijhebben geregend
julliehebben geregend
zijhebben geregend

Voltooid verleden tijd

ikhad geregend
jijhad geregend
hij/zij/hethad geregend
wijhadden geregend
julliehadden geregend
zijhadden geregend

Toekomende tijd

ikzal regenen
jijzult regenen
hij/zij/hetzal regenen
wijzullen regenen
julliezullen regenen
zijzullen regenen

Voorwaardelijke wijs

ikzou regenen
jijzou regenen
hij/zij/hetzou regenen
wijzouden regenen
julliezouden regenen
zijzouden regenen

Oefen regenen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

regenen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Vandaag het de hele dag.

  2. Verleden tijd

    Gisteren het de hele middag.

  3. Voltooide tijd

    Het vannacht heel hard .

  4. Bijzin

    Wij blijven thuis omdat het buiten .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is regen. In regenen staat n voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (regende, regenden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (geregend).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij regent, maar regen jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van regenen?

regende (ik, jij, hij/zij/het) en regenden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van regenen?

geregend, met hebben: ik heb geregend.

Gebruik je regenen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb geregend, hij heeft geregend.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.