Niveau A1 · Regelmatig
Vervoeging van Regenen
regenen = to rain
- Hele werkwoord
- regenen
- Verleden tijd
- regende · regenden
- Voltooide tijd
- heeft geregend
Kort antwoord
Regenen is in het Engels to rain. Verleden tijd: regende (enkelvoud) en regenden (meervoud). Voltooid deelwoord: geregend, met hebben: ik heb geregend.
Oefen regenenTegenwoordige tijd
| ik | regen |
| jij | regent |
| hij/zij/het | regent |
| wij | regenen |
| jullie | regenen |
| zij | regenen |
Verleden tijd
| ik | regende |
| jij | regende |
| hij/zij/het | regende |
| wij | regenden |
| jullie | regenden |
| zij | regenden |
Voltooide tijd
| ik | heb geregend |
| jij | hebt geregend |
| hij/zij/het | heeft geregend |
| wij | hebben geregend |
| jullie | hebben geregend |
| zij | hebben geregend |
Voltooid verleden tijd
| ik | had geregend |
| jij | had geregend |
| hij/zij/het | had geregend |
| wij | hadden geregend |
| jullie | hadden geregend |
| zij | hadden geregend |
Toekomende tijd
| ik | zal regenen |
| jij | zult regenen |
| hij/zij/het | zal regenen |
| wij | zullen regenen |
| jullie | zullen regenen |
| zij | zullen regenen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou regenen |
| jij | zou regenen |
| hij/zij/het | zou regenen |
| wij | zouden regenen |
| jullie | zouden regenen |
| zij | zouden regenen |
Oefen regenen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
regenen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is regen. In regenen staat n voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (regende, regenden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (geregend).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij regent, maar regen jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van regenen?
regende (ik, jij, hij/zij/het) en regenden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van regenen?
geregend, met hebben: ik heb geregend.
Gebruik je regenen met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb geregend, hij heeft geregend.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.