Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A2 · Regelmatig

Vervoeging van Rekenen

rekenen = to calculate

Hele werkwoord
rekenen
Verleden tijd
rekende · rekenden
Voltooide tijd
heeft gerekend

Kort antwoord

Rekenen is in het Engels to calculate. Verleden tijd: rekende (enkelvoud) en rekenden (meervoud). Voltooid deelwoord: gerekend, met hebben: ik heb gerekend.

Oefen rekenen

Tegenwoordige tijd

ikreken
jijrekent
hij/zij/hetrekent
wijrekenen
jullierekenen
zijrekenen

Verleden tijd

ikrekende
jijrekende
hij/zij/hetrekende
wijrekenden
jullierekenden
zijrekenden

Voltooide tijd

ikheb gerekend
jijhebt gerekend
hij/zij/hetheeft gerekend
wijhebben gerekend
julliehebben gerekend
zijhebben gerekend

Voltooid verleden tijd

ikhad gerekend
jijhad gerekend
hij/zij/hethad gerekend
wijhadden gerekend
julliehadden gerekend
zijhadden gerekend

Toekomende tijd

ikzal rekenen
jijzult rekenen
hij/zij/hetzal rekenen
wijzullen rekenen
julliezullen rekenen
zijzullen rekenen

Voorwaardelijke wijs

ikzou rekenen
jijzou rekenen
hij/zij/hetzou rekenen
wijzouden rekenen
julliezouden rekenen
zijzouden rekenen

Oefen rekenen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

rekenen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Ik de prijs van de boodschappen snel uit in mijn hoofd.

  2. Verleden tijd

    Gisteren wij samen de kosten van de vakantie uit.

  3. Bijzin

    Ik weet dat jij altijd heel goed .

  4. Bijzin

    De kinderen waren stil toen de juf met hen .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is reken. In rekenen staat n voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (rekende, rekenden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gerekend).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij rekent, maar reken jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van rekenen?

rekende (ik, jij, hij/zij/het) en rekenden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van rekenen?

gerekend, met hebben: ik heb gerekend.

Gebruik je rekenen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gerekend, hij heeft gerekend.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.