Niveau A2 · Regelmatig
Vervoeging van Rekenen
rekenen = to calculate
- Hele werkwoord
- rekenen
- Verleden tijd
- rekende · rekenden
- Voltooide tijd
- heeft gerekend
Kort antwoord
Rekenen is in het Engels to calculate. Verleden tijd: rekende (enkelvoud) en rekenden (meervoud). Voltooid deelwoord: gerekend, met hebben: ik heb gerekend.
Oefen rekenenTegenwoordige tijd
| ik | reken |
| jij | rekent |
| hij/zij/het | rekent |
| wij | rekenen |
| jullie | rekenen |
| zij | rekenen |
Verleden tijd
| ik | rekende |
| jij | rekende |
| hij/zij/het | rekende |
| wij | rekenden |
| jullie | rekenden |
| zij | rekenden |
Voltooide tijd
| ik | heb gerekend |
| jij | hebt gerekend |
| hij/zij/het | heeft gerekend |
| wij | hebben gerekend |
| jullie | hebben gerekend |
| zij | hebben gerekend |
Voltooid verleden tijd
| ik | had gerekend |
| jij | had gerekend |
| hij/zij/het | had gerekend |
| wij | hadden gerekend |
| jullie | hadden gerekend |
| zij | hadden gerekend |
Toekomende tijd
| ik | zal rekenen |
| jij | zult rekenen |
| hij/zij/het | zal rekenen |
| wij | zullen rekenen |
| jullie | zullen rekenen |
| zij | zullen rekenen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou rekenen |
| jij | zou rekenen |
| hij/zij/het | zou rekenen |
| wij | zouden rekenen |
| jullie | zouden rekenen |
| zij | zouden rekenen |
Oefen rekenen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
rekenen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is reken. In rekenen staat n voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (rekende, rekenden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gerekend).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij rekent, maar reken jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van rekenen?
rekende (ik, jij, hij/zij/het) en rekenden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van rekenen?
gerekend, met hebben: ik heb gerekend.
Gebruik je rekenen met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb gerekend, hij heeft gerekend.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.