Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig

Vervoeging van Roddelen

roddelen = to gossip

Hele werkwoord
roddelen
Verleden tijd
roddelde · roddelden
Voltooide tijd
heeft geroddeld

Kort antwoord

Roddelen is in het Engels to gossip. Verleden tijd: roddelde (enkelvoud) en roddelden (meervoud). Voltooid deelwoord: geroddeld, met hebben: ik heb geroddeld.

Oefen roddelen

Tegenwoordige tijd

ikroddel
jijroddelt
hij/zij/hetroddelt
wijroddelen
jullieroddelen
zijroddelen

Verleden tijd

ikroddelde
jijroddelde
hij/zij/hetroddelde
wijroddelden
jullieroddelden
zijroddelden

Voltooide tijd

ikheb geroddeld
jijhebt geroddeld
hij/zij/hetheeft geroddeld
wijhebben geroddeld
julliehebben geroddeld
zijhebben geroddeld

Voltooid verleden tijd

ikhad geroddeld
jijhad geroddeld
hij/zij/hethad geroddeld
wijhadden geroddeld
julliehadden geroddeld
zijhadden geroddeld

Toekomende tijd

ikzal roddelen
jijzult roddelen
hij/zij/hetzal roddelen
wijzullen roddelen
julliezullen roddelen
zijzullen roddelen

Voorwaardelijke wijs

ikzou roddelen
jijzou roddelen
hij/zij/hetzou roddelen
wijzouden roddelen
julliezouden roddelen
zijzouden roddelen

Oefen roddelen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

roddelen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De buurvrouwen elke ochtend over de nieuwe buren.

  2. Voltooide tijd

    Jullie de hele pauze over de baas .

  3. Bijzin

    Ik vind het stom als collega's achter mijn rug .

  4. Tegenwoordige tijd

    Jij weer over iemand die hier niet is.

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is roddel. In roddelen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (roddelde, roddelden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (geroddeld).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij roddelt, maar roddel jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van roddelen?

roddelde (ik, jij, hij/zij/het) en roddelden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van roddelen?

geroddeld, met hebben: ik heb geroddeld.

Gebruik je roddelen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb geroddeld, hij heeft geroddeld.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.