Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig

Vervoeging van Runnen

runnen = to run

Hele werkwoord
runnen
Verleden tijd
runde · runden
Voltooide tijd
heeft gerund

Kort antwoord

Runnen is in het Engels to run. Verleden tijd: runde (enkelvoud) en runden (meervoud). Voltooid deelwoord: gerund, met hebben: ik heb gerund.

Oefen runnen

Tegenwoordige tijd

ikrun
jijrunt
hij/zij/hetrunt
wijrunnen
jullierunnen
zijrunnen

Verleden tijd

ikrunde
jijrunde
hij/zij/hetrunde
wijrunden
jullierunden
zijrunden

Voltooide tijd

ikheb gerund
jijhebt gerund
hij/zij/hetheeft gerund
wijhebben gerund
julliehebben gerund
zijhebben gerund

Voltooid verleden tijd

ikhad gerund
jijhad gerund
hij/zij/hethad gerund
wijhadden gerund
julliehadden gerund
zijhadden gerund

Toekomende tijd

ikzal runnen
jijzult runnen
hij/zij/hetzal runnen
wijzullen runnen
julliezullen runnen
zijzullen runnen

Voorwaardelijke wijs

ikzou runnen
jijzou runnen
hij/zij/hetzou runnen
wijzouden runnen
julliezouden runnen
zijzouden runnen

Oefen runnen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

runnen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Mijn tante een kleine winkel in het centrum.

  2. Verleden tijd

    Vroeger hij samen met zijn broer een café.

  3. Voltooide tijd

    Ik dit project al jaren zelf .

  4. Bijzin

    Ze zijn trots dat ze samen een eigen bedrijf .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is run. In runnen staat n voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (runde, runden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gerund).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij runt, maar run jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van runnen?

runde (ik, jij, hij/zij/het) en runden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van runnen?

gerund, met hebben: ik heb gerund.

Gebruik je runnen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gerund, hij heeft gerund.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.