Level A2 · Irregular, separable
Opbergen conjugation
opbergen = to put away
- Infinitive
- opbergen
- Past
- borg op · borgen op
- Perfect
- heeft opgeborgen
Quick answer
Opbergen means to put away. Past tense: borg op (singular) and borgen op (plural). Past participle: opgeborgen, with hebben: ik heb opgeborgen.
Practise opbergenPresent (tegenwoordige tijd)
| ik | berg op |
| jij | bergt op |
| hij/zij/het | bergt op |
| wij | bergen op |
| jullie | bergen op |
| zij | bergen op |
Past (verleden tijd)
| ik | borg op |
| jij | borg op |
| hij/zij/het | borg op |
| wij | borgen op |
| jullie | borgen op |
| zij | borgen op |
Perfect (voltooide tijd)
| ik | heb opgeborgen |
| jij | hebt opgeborgen |
| hij/zij/het | heeft opgeborgen |
| wij | hebben opgeborgen |
| jullie | hebben opgeborgen |
| zij | hebben opgeborgen |
Past perfect (voltooid verleden tijd)
| ik | had opgeborgen |
| jij | had opgeborgen |
| hij/zij/het | had opgeborgen |
| wij | hadden opgeborgen |
| jullie | hadden opgeborgen |
| zij | hadden opgeborgen |
Future (toekomende tijd)
| ik | zal opbergen |
| jij | zult opbergen |
| hij/zij/het | zal opbergen |
| wij | zullen opbergen |
| jullie | zullen opbergen |
| zij | zullen opbergen |
Conditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou opbergen |
| jij | zou opbergen |
| hij/zij/het | zou opbergen |
| wij | zouden opbergen |
| jullie | zouden opbergen |
| zij | zouden opbergen |
Practise opbergen
Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.
1 of 60 ✓
Present
How this verb works
- Irregular verb: the past tense and participle do not follow the regular -te/-de pattern, so learn the three forms together: opbergen, borg op, opgeborgen.
- Separable verb. In a main clause the prefix op goes to the end: ik berg op. In a subordinate clause it stays attached: ... dat ik opberg, ... dat ik opborg.
- In the participle, ge goes between the two parts: opgeborgen.
Questions about Dutch verbs
What is the past tense of opbergen?
borg op (ik, jij, hij/zij/het) and borgen op (wij, jullie, zij).
What is the past participle of opbergen?
opgeborgen, with hebben: ik heb opgeborgen.
Is opbergen used with hebben or zijn?
With hebben: ik heb opgeborgen, hij heeft opgeborgen.
More verbs
Want to stop looking words up?
The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.
Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.