Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A2 · Regelmatig

Vervoeging van Schilderen

schilderen = to paint

Hele werkwoord
schilderen
Verleden tijd
schilderde · schilderden
Voltooide tijd
heeft geschilderd

Kort antwoord

Schilderen is in het Engels to paint. Verleden tijd: schilderde (enkelvoud) en schilderden (meervoud). Voltooid deelwoord: geschilderd, met hebben: ik heb geschilderd.

Oefen schilderen

Tegenwoordige tijd

ikschilder
jijschildert
hij/zij/hetschildert
wijschilderen
jullieschilderen
zijschilderen

Verleden tijd

ikschilderde
jijschilderde
hij/zij/hetschilderde
wijschilderden
jullieschilderden
zijschilderden

Voltooide tijd

ikheb geschilderd
jijhebt geschilderd
hij/zij/hetheeft geschilderd
wijhebben geschilderd
julliehebben geschilderd
zijhebben geschilderd

Voltooid verleden tijd

ikhad geschilderd
jijhad geschilderd
hij/zij/hethad geschilderd
wijhadden geschilderd
julliehadden geschilderd
zijhadden geschilderd

Toekomende tijd

ikzal schilderen
jijzult schilderen
hij/zij/hetzal schilderen
wijzullen schilderen
julliezullen schilderen
zijzullen schilderen

Voorwaardelijke wijs

ikzou schilderen
jijzou schilderen
hij/zij/hetzou schilderen
wijzouden schilderen
julliezouden schilderen
zijzouden schilderen

Oefen schilderen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

schilderen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Mijn vader dit weekend de keuken.

  2. Verleden tijd

    De kunstenaar een mooi portret van zijn vrouw.

  3. Voltooide tijd

    Wij de deur vorige week blauw .

  4. Verleden tijd

    Jullie vroeger altijd mooie bloemen.

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is schilder. In schilderen staat r voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (schilderde, schilderden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (geschilderd).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij schildert, maar schilder jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van schilderen?

schilderde (ik, jij, hij/zij/het) en schilderden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van schilderen?

geschilderd, met hebben: ik heb geschilderd.

Gebruik je schilderen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb geschilderd, hij heeft geschilderd.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.