Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A2 · Regelmatig

Vervoeging van Slagen

slagen = to succeed, to pass

Hele werkwoord
slagen
Verleden tijd
slaagde · slaagden
Voltooide tijd
is geslaagd

Kort antwoord

Slagen is in het Engels to succeed, to pass. Verleden tijd: slaagde (enkelvoud) en slaagden (meervoud). Voltooid deelwoord: geslaagd, met zijn: ik ben geslaagd.

Oefen slagen

Tegenwoordige tijd

ikslaag
jijslaagt
hij/zij/hetslaagt
wijslagen
jullieslagen
zijslagen

Verleden tijd

ikslaagde
jijslaagde
hij/zij/hetslaagde
wijslaagden
jullieslaagden
zijslaagden

Voltooide tijd

ikben geslaagd
jijbent geslaagd
hij/zij/hetis geslaagd
wijzijn geslaagd
julliezijn geslaagd
zijzijn geslaagd

Voltooid verleden tijd

ikwas geslaagd
jijwas geslaagd
hij/zij/hetwas geslaagd
wijwaren geslaagd
julliewaren geslaagd
zijwaren geslaagd

Toekomende tijd

ikzal slagen
jijzult slagen
hij/zij/hetzal slagen
wijzullen slagen
julliezullen slagen
zijzullen slagen

Voorwaardelijke wijs

ikzou slagen
jijzou slagen
hij/zij/hetzou slagen
wijzouden slagen
julliezouden slagen
zijzouden slagen

Oefen slagen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

slagen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Ik denk dat jij zeker voor je examen .

  2. Verleden tijd

    Mijn broer vorig jaar voor zijn rijbewijs.

  3. Voltooide tijd

    Gelukkig jullie allemaal voor de toets .

  4. Bijzin

    Ze zijn blij omdat hun plan eindelijk .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is slaag. In slagen staat g voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (slaagde, slaagden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (geslaagd).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij slaagt, maar slaag jij?
  • Voltooide tijd met zijn: ik ben geslaagd, niet ik heb geslaagd.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van slagen?

slaagde (ik, jij, hij/zij/het) en slaagden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van slagen?

geslaagd, met zijn: ik ben geslaagd.

Gebruik je slagen met hebben of zijn?

Met zijn: ik ben geslaagd, hij is geslaagd.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.