Niveau A2 · Regelmatig
Vervoeging van Slagen
slagen = to succeed, to pass
- Hele werkwoord
- slagen
- Verleden tijd
- slaagde · slaagden
- Voltooide tijd
- is geslaagd
Kort antwoord
Slagen is in het Engels to succeed, to pass. Verleden tijd: slaagde (enkelvoud) en slaagden (meervoud). Voltooid deelwoord: geslaagd, met zijn: ik ben geslaagd.
Oefen slagenTegenwoordige tijd
| ik | slaag |
| jij | slaagt |
| hij/zij/het | slaagt |
| wij | slagen |
| jullie | slagen |
| zij | slagen |
Verleden tijd
| ik | slaagde |
| jij | slaagde |
| hij/zij/het | slaagde |
| wij | slaagden |
| jullie | slaagden |
| zij | slaagden |
Voltooide tijd
| ik | ben geslaagd |
| jij | bent geslaagd |
| hij/zij/het | is geslaagd |
| wij | zijn geslaagd |
| jullie | zijn geslaagd |
| zij | zijn geslaagd |
Voltooid verleden tijd
| ik | was geslaagd |
| jij | was geslaagd |
| hij/zij/het | was geslaagd |
| wij | waren geslaagd |
| jullie | waren geslaagd |
| zij | waren geslaagd |
Toekomende tijd
| ik | zal slagen |
| jij | zult slagen |
| hij/zij/het | zal slagen |
| wij | zullen slagen |
| jullie | zullen slagen |
| zij | zullen slagen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou slagen |
| jij | zou slagen |
| hij/zij/het | zou slagen |
| wij | zouden slagen |
| jullie | zouden slagen |
| zij | zouden slagen |
Oefen slagen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
slagen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is slaag. In slagen staat g voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (slaagde, slaagden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (geslaagd).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij slaagt, maar slaag jij?
- Voltooide tijd met zijn: ik ben geslaagd, niet ik heb geslaagd.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van slagen?
slaagde (ik, jij, hij/zij/het) en slaagden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van slagen?
geslaagd, met zijn: ik ben geslaagd.
Gebruik je slagen met hebben of zijn?
Met zijn: ik ben geslaagd, hij is geslaagd.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.