Niveau B2 · Regelmatig
Vervoeging van Slenteren
slenteren = to stroll
- Hele werkwoord
- slenteren
- Verleden tijd
- slenterde · slenterden
- Voltooide tijd
- heeft / is geslenterd
Kort antwoord
Slenteren is in het Engels to stroll. Verleden tijd: slenterde (enkelvoud) en slenterden (meervoud). Voltooid deelwoord: geslenterd, met hebben / zijn: ik heb / ben geslenterd.
Oefen slenterenTegenwoordige tijd
| ik | slenter |
| jij | slentert |
| hij/zij/het | slentert |
| wij | slenteren |
| jullie | slenteren |
| zij | slenteren |
Verleden tijd
| ik | slenterde |
| jij | slenterde |
| hij/zij/het | slenterde |
| wij | slenterden |
| jullie | slenterden |
| zij | slenterden |
Voltooide tijd
| ik | heb / ben geslenterd |
| jij | hebt / bent geslenterd |
| hij/zij/het | heeft / is geslenterd |
| wij | hebben / zijn geslenterd |
| jullie | hebben / zijn geslenterd |
| zij | hebben / zijn geslenterd |
Voltooid verleden tijd
| ik | had / was geslenterd |
| jij | had / was geslenterd |
| hij/zij/het | had / was geslenterd |
| wij | hadden / waren geslenterd |
| jullie | hadden / waren geslenterd |
| zij | hadden / waren geslenterd |
Toekomende tijd
| ik | zal slenteren |
| jij | zult slenteren |
| hij/zij/het | zal slenteren |
| wij | zullen slenteren |
| jullie | zullen slenteren |
| zij | zullen slenteren |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou slenteren |
| jij | zou slenteren |
| hij/zij/het | zou slenteren |
| wij | zouden slenteren |
| jullie | zouden slenteren |
| zij | zouden slenteren |
Oefen slenteren
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
slenteren in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is slenter. In slenteren staat r voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (slenterde, slenterden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (geslenterd).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij slentert, maar slenter jij?
- Hebben of zijn: hebben voor de activiteit zelf, zijn als je zegt waarheen of wat er veranderde. We hebben de hele middag door de stad geslenterd. We zijn naar het strand geslenterd.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van slenteren?
slenterde (ik, jij, hij/zij/het) en slenterden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van slenteren?
geslenterd, met hebben of zijn, afhankelijk van de betekenis: We hebben de hele middag door de stad geslenterd. We zijn naar het strand geslenterd.
Gebruik je slenteren met hebben of zijn?
Allebei, afhankelijk van de betekenis: We hebben de hele middag door de stad geslenterd. We zijn naar het strand geslenterd.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.