Niveau B1 · Regelmatig
Vervoeging van Snuffelen
snuffelen = to sniff, rummage
- Hele werkwoord
- snuffelen
- Verleden tijd
- snuffelde · snuffelden
- Voltooide tijd
- heeft gesnuffeld
Kort antwoord
Snuffelen is in het Engels to sniff, rummage. Verleden tijd: snuffelde (enkelvoud) en snuffelden (meervoud). Voltooid deelwoord: gesnuffeld, met hebben: ik heb gesnuffeld.
Oefen snuffelenTegenwoordige tijd
| ik | snuffel |
| jij | snuffelt |
| hij/zij/het | snuffelt |
| wij | snuffelen |
| jullie | snuffelen |
| zij | snuffelen |
Verleden tijd
| ik | snuffelde |
| jij | snuffelde |
| hij/zij/het | snuffelde |
| wij | snuffelden |
| jullie | snuffelden |
| zij | snuffelden |
Voltooide tijd
| ik | heb gesnuffeld |
| jij | hebt gesnuffeld |
| hij/zij/het | heeft gesnuffeld |
| wij | hebben gesnuffeld |
| jullie | hebben gesnuffeld |
| zij | hebben gesnuffeld |
Voltooid verleden tijd
| ik | had gesnuffeld |
| jij | had gesnuffeld |
| hij/zij/het | had gesnuffeld |
| wij | hadden gesnuffeld |
| jullie | hadden gesnuffeld |
| zij | hadden gesnuffeld |
Toekomende tijd
| ik | zal snuffelen |
| jij | zult snuffelen |
| hij/zij/het | zal snuffelen |
| wij | zullen snuffelen |
| jullie | zullen snuffelen |
| zij | zullen snuffelen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou snuffelen |
| jij | zou snuffelen |
| hij/zij/het | zou snuffelen |
| wij | zouden snuffelen |
| jullie | zouden snuffelen |
| zij | zouden snuffelen |
Oefen snuffelen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
snuffelen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is snuffel. In snuffelen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (snuffelde, snuffelden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gesnuffeld).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij snuffelt, maar snuffel jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van snuffelen?
snuffelde (ik, jij, hij/zij/het) en snuffelden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van snuffelen?
gesnuffeld, met hebben: ik heb gesnuffeld.
Gebruik je snuffelen met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb gesnuffeld, hij heeft gesnuffeld.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.