Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig

Vervoeging van Snuffelen

snuffelen = to sniff, rummage

Hele werkwoord
snuffelen
Verleden tijd
snuffelde · snuffelden
Voltooide tijd
heeft gesnuffeld

Kort antwoord

Snuffelen is in het Engels to sniff, rummage. Verleden tijd: snuffelde (enkelvoud) en snuffelden (meervoud). Voltooid deelwoord: gesnuffeld, met hebben: ik heb gesnuffeld.

Oefen snuffelen

Tegenwoordige tijd

iksnuffel
jijsnuffelt
hij/zij/hetsnuffelt
wijsnuffelen
julliesnuffelen
zijsnuffelen

Verleden tijd

iksnuffelde
jijsnuffelde
hij/zij/hetsnuffelde
wijsnuffelden
julliesnuffelden
zijsnuffelden

Voltooide tijd

ikheb gesnuffeld
jijhebt gesnuffeld
hij/zij/hetheeft gesnuffeld
wijhebben gesnuffeld
julliehebben gesnuffeld
zijhebben gesnuffeld

Voltooid verleden tijd

ikhad gesnuffeld
jijhad gesnuffeld
hij/zij/hethad gesnuffeld
wijhadden gesnuffeld
julliehadden gesnuffeld
zijhadden gesnuffeld

Toekomende tijd

ikzal snuffelen
jijzult snuffelen
hij/zij/hetzal snuffelen
wijzullen snuffelen
julliezullen snuffelen
zijzullen snuffelen

Voorwaardelijke wijs

ikzou snuffelen
jijzou snuffelen
hij/zij/hetzou snuffelen
wijzouden snuffelen
julliezouden snuffelen
zijzouden snuffelen

Oefen snuffelen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

snuffelen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De hond de hele dag in de tuin.

  2. Verleden tijd

    Gisteren ik urenlang op de rommelmarkt.

  3. Voltooide tijd

    Wij gisteren in de oude boeken .

  4. Bijzin

    Ik weet dat de kat graag in mijn tas .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is snuffel. In snuffelen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (snuffelde, snuffelden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gesnuffeld).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij snuffelt, maar snuffel jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van snuffelen?

snuffelde (ik, jij, hij/zij/het) en snuffelden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van snuffelen?

gesnuffeld, met hebben: ik heb gesnuffeld.

Gebruik je snuffelen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gesnuffeld, hij heeft gesnuffeld.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.