Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A2 · Onregelmatig

Vervoeging van Stelen

stelen = to steal

Hele werkwoord
stelen
Verleden tijd
stal · stalen
Voltooide tijd
heeft gestolen

Kort antwoord

Stelen is in het Engels to steal. Verleden tijd: stal (enkelvoud) en stalen (meervoud). Voltooid deelwoord: gestolen, met hebben: ik heb gestolen.

Oefen stelen

Tegenwoordige tijd

iksteel
jijsteelt
hij/zij/hetsteelt
wijstelen
julliestelen
zijstelen

Verleden tijd

ikstal
jijstal
hij/zij/hetstal
wijstalen
julliestalen
zijstalen

Voltooide tijd

ikheb gestolen
jijhebt gestolen
hij/zij/hetheeft gestolen
wijhebben gestolen
julliehebben gestolen
zijhebben gestolen

Voltooid verleden tijd

ikhad gestolen
jijhad gestolen
hij/zij/hethad gestolen
wijhadden gestolen
julliehadden gestolen
zijhadden gestolen

Toekomende tijd

ikzal stelen
jijzult stelen
hij/zij/hetzal stelen
wijzullen stelen
julliezullen stelen
zijzullen stelen

Voorwaardelijke wijs

ikzou stelen
jijzou stelen
hij/zij/hetzou stelen
wijzouden stelen
julliezouden stelen
zijzouden stelen

Oefen stelen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

stelen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Die man geld uit de winkel.

  2. Verleden tijd

    Iemand gisteravond mijn fiets voor het station.

  3. Voltooide tijd

    De dief een dure telefoon .

  4. Verleden tijd

    Toen wij op vakantie waren, iemand onze tuinstoelen.

Zo werkt dit werkwoord

  • Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: stelen, stal, gestolen.
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij steelt, maar steel jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van stelen?

stal (ik, jij, hij/zij/het) en stalen (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van stelen?

gestolen, met hebben: ik heb gestolen.

Gebruik je stelen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gestolen, hij heeft gestolen.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.