Niveau B1 · Regelmatig
Vervoeging van Stralen
stralen = to shine, radiate
- Hele werkwoord
- stralen
- Verleden tijd
- straalde · straalden
- Voltooide tijd
- heeft gestraald
Kort antwoord
Stralen is in het Engels to shine, radiate. Verleden tijd: straalde (enkelvoud) en straalden (meervoud). Voltooid deelwoord: gestraald, met hebben: ik heb gestraald.
Oefen stralenTegenwoordige tijd
| ik | straal |
| jij | straalt |
| hij/zij/het | straalt |
| wij | stralen |
| jullie | stralen |
| zij | stralen |
Verleden tijd
| ik | straalde |
| jij | straalde |
| hij/zij/het | straalde |
| wij | straalden |
| jullie | straalden |
| zij | straalden |
Voltooide tijd
| ik | heb gestraald |
| jij | hebt gestraald |
| hij/zij/het | heeft gestraald |
| wij | hebben gestraald |
| jullie | hebben gestraald |
| zij | hebben gestraald |
Voltooid verleden tijd
| ik | had gestraald |
| jij | had gestraald |
| hij/zij/het | had gestraald |
| wij | hadden gestraald |
| jullie | hadden gestraald |
| zij | hadden gestraald |
Toekomende tijd
| ik | zal stralen |
| jij | zult stralen |
| hij/zij/het | zal stralen |
| wij | zullen stralen |
| jullie | zullen stralen |
| zij | zullen stralen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou stralen |
| jij | zou stralen |
| hij/zij/het | zou stralen |
| wij | zouden stralen |
| jullie | zouden stralen |
| zij | zouden stralen |
Oefen stralen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
stralen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is straal. In stralen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (straalde, straalden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gestraald).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij straalt, maar straal jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van stralen?
straalde (ik, jij, hij/zij/het) en straalden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van stralen?
gestraald, met hebben: ik heb gestraald.
Gebruik je stralen met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb gestraald, hij heeft gestraald.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.