Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig

Vervoeging van Stralen

stralen = to shine, radiate

Hele werkwoord
stralen
Verleden tijd
straalde · straalden
Voltooide tijd
heeft gestraald

Kort antwoord

Stralen is in het Engels to shine, radiate. Verleden tijd: straalde (enkelvoud) en straalden (meervoud). Voltooid deelwoord: gestraald, met hebben: ik heb gestraald.

Oefen stralen

Tegenwoordige tijd

ikstraal
jijstraalt
hij/zij/hetstraalt
wijstralen
julliestralen
zijstralen

Verleden tijd

ikstraalde
jijstraalde
hij/zij/hetstraalde
wijstraalden
julliestraalden
zijstraalden

Voltooide tijd

ikheb gestraald
jijhebt gestraald
hij/zij/hetheeft gestraald
wijhebben gestraald
julliehebben gestraald
zijhebben gestraald

Voltooid verleden tijd

ikhad gestraald
jijhad gestraald
hij/zij/hethad gestraald
wijhadden gestraald
julliehadden gestraald
zijhadden gestraald

Toekomende tijd

ikzal stralen
jijzult stralen
hij/zij/hetzal stralen
wijzullen stralen
julliezullen stralen
zijzullen stralen

Voorwaardelijke wijs

ikzou stralen
jijzou stralen
hij/zij/hetzou stralen
wijzouden stralen
julliezouden stralen
zijzouden stralen

Oefen stralen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

stralen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De zon vandaag heel fel.

  2. Verleden tijd

    Het meisje van geluk op haar verjaardag.

  3. Voltooide tijd

    De lampen de hele avond .

  4. Tegenwoordige tijd

    Jij altijd als je over je werk praat.

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is straal. In stralen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (straalde, straalden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gestraald).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij straalt, maar straal jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van stralen?

straalde (ik, jij, hij/zij/het) en straalden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van stralen?

gestraald, met hebben: ik heb gestraald.

Gebruik je stralen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gestraald, hij heeft gestraald.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.