Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B1 · Irregular

Overwegen conjugation

overwegen = to consider

Infinitive
overwegen
Past
overwoog · overwogen
Perfect
heeft overwogen

Quick answer

Overwegen means to consider. Past tense: overwoog (singular) and overwogen (plural). Past participle: overwogen, with hebben: ik heb overwogen.

Practise overwegen

Present (tegenwoordige tijd)

ikoverweeg
jijoverweegt
hij/zij/hetoverweegt
wijoverwegen
jullieoverwegen
zijoverwegen

Past (verleden tijd)

ikoverwoog
jijoverwoog
hij/zij/hetoverwoog
wijoverwogen
jullieoverwogen
zijoverwogen

Perfect (voltooide tijd)

ikheb overwogen
jijhebt overwogen
hij/zij/hetheeft overwogen
wijhebben overwogen
julliehebben overwogen
zijhebben overwogen

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad overwogen
jijhad overwogen
hij/zij/hethad overwogen
wijhadden overwogen
julliehadden overwogen
zijhadden overwogen

Future (toekomende tijd)

ikzal overwegen
jijzult overwegen
hij/zij/hetzal overwegen
wijzullen overwegen
julliezullen overwegen
zijzullen overwegen

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou overwegen
jijzou overwegen
hij/zij/hetzou overwegen
wijzouden overwegen
julliezouden overwegen
zijzouden overwegen

Practise overwegen

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Irregular verb: the past tense and participle do not follow the regular -te/-de pattern, so learn the three forms together: overwegen, overwoog, overwogen.
  • When jij comes after the verb, the -t drops: jij overweegt, but overweeg jij?

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of overwegen?

overwoog (ik, jij, hij/zij/het) and overwogen (wij, jullie, zij).

What is the past participle of overwegen?

overwogen, with hebben: ik heb overwogen.

Is overwegen used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb overwogen, hij heeft overwogen.

More verbs

All verbsDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.