Niveau A2 · Regelmatig, scheidbaar
Vervoeging van Uitrusten
uitrusten = to rest
- Hele werkwoord
- uitrusten
- Verleden tijd
- rustte uit · rustten uit
- Voltooide tijd
- heeft uitgerust
Kort antwoord
Uitrusten is in het Engels to rest. Verleden tijd: rustte uit (enkelvoud) en rustten uit (meervoud). Voltooid deelwoord: uitgerust, met hebben: ik heb uitgerust.
Oefen uitrustenTegenwoordige tijd
| ik | rust uit |
| jij | rust uit |
| hij/zij/het | rust uit |
| wij | rusten uit |
| jullie | rusten uit |
| zij | rusten uit |
Verleden tijd
| ik | rustte uit |
| jij | rustte uit |
| hij/zij/het | rustte uit |
| wij | rustten uit |
| jullie | rustten uit |
| zij | rustten uit |
Voltooide tijd
| ik | heb uitgerust |
| jij | hebt uitgerust |
| hij/zij/het | heeft uitgerust |
| wij | hebben uitgerust |
| jullie | hebben uitgerust |
| zij | hebben uitgerust |
Voltooid verleden tijd
| ik | had uitgerust |
| jij | had uitgerust |
| hij/zij/het | had uitgerust |
| wij | hadden uitgerust |
| jullie | hadden uitgerust |
| zij | hadden uitgerust |
Toekomende tijd
| ik | zal uitrusten |
| jij | zult uitrusten |
| hij/zij/het | zal uitrusten |
| wij | zullen uitrusten |
| jullie | zullen uitrusten |
| zij | zullen uitrusten |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou uitrusten |
| jij | zou uitrusten |
| hij/zij/het | zou uitrusten |
| wij | zouden uitrusten |
| jullie | zouden uitrusten |
| zij | zouden uitrusten |
Uitrusten is een scheidbaar werkwoord
In een hoofdzin gaat uit naar het einde (ik rust uit). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik uitrust). Voltooid deelwoord: uitgerust.
| Hoofdzin | ik rust uit |
| Vraag | rust jij uit? |
| Bijzin | … dat ik uitrust |
| Met een modaal werkwoord | ik wil uitrusten |
| Voltooide tijd | ik heb uitgerust |
| Met om ... te | om uit te rusten |
| Gebiedende wijs | rust uit! |
Oefen uitrusten
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
uitrusten in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is rust. In rusten staat t voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (rustte, rustten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (uitgerust).
- Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat uit naar het eind: ik rust uit. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik uitrust, ... dat ik uitrustte.
- In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: uitgerust.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van uitrusten?
rustte uit (ik, jij, hij/zij/het) en rustten uit (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van uitrusten?
uitgerust, met hebben: ik heb uitgerust.
Gebruik je uitrusten met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb uitgerust, hij heeft uitgerust.
Is uitrusten een scheidbaar werkwoord?
Ja. In een hoofdzin gaat uit naar het einde (ik rust uit), in een bijzin blijft het vast (dat ik uitrust). Voltooid deelwoord: uitgerust.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.