Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Onregelmatig, scheidbaar

Vervoeging van Uitsteken

uitsteken = to stick out

Hele werkwoord
uitsteken
Verleden tijd
stak uit · staken uit
Voltooide tijd
heeft uitgestoken

Kort antwoord

Uitsteken is in het Engels to stick out. Verleden tijd: stak uit (enkelvoud) en staken uit (meervoud). Voltooid deelwoord: uitgestoken, met hebben: ik heb uitgestoken.

Oefen uitsteken

Tegenwoordige tijd

iksteek uit
jijsteekt uit
hij/zij/hetsteekt uit
wijsteken uit
julliesteken uit
zijsteken uit

Verleden tijd

ikstak uit
jijstak uit
hij/zij/hetstak uit
wijstaken uit
julliestaken uit
zijstaken uit

Voltooide tijd

ikheb uitgestoken
jijhebt uitgestoken
hij/zij/hetheeft uitgestoken
wijhebben uitgestoken
julliehebben uitgestoken
zijhebben uitgestoken

Voltooid verleden tijd

ikhad uitgestoken
jijhad uitgestoken
hij/zij/hethad uitgestoken
wijhadden uitgestoken
julliehadden uitgestoken
zijhadden uitgestoken

Toekomende tijd

ikzal uitsteken
jijzult uitsteken
hij/zij/hetzal uitsteken
wijzullen uitsteken
julliezullen uitsteken
zijzullen uitsteken

Voorwaardelijke wijs

ikzou uitsteken
jijzou uitsteken
hij/zij/hetzou uitsteken
wijzouden uitsteken
julliezouden uitsteken
zijzouden uitsteken

Uitsteken is een scheidbaar werkwoord

In een hoofdzin gaat uit naar het einde (ik steek uit). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik uitsteek). Voltooid deelwoord: uitgestoken.

Hoofdzinik steek uit
Vraagsteek jij uit?
Bijzin… dat ik uitsteek
Met een modaal werkwoordik wil uitsteken
Voltooide tijdik heb uitgestoken
Met om ... teom uit te steken
Gebiedende wijssteek uit!

Scheidbare werkwoorden: regels en checker

Oefen uitsteken

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

uitsteken in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De lange toren boven de huizen .

  2. Verleden tijd

    De jongen zijn tong naar zijn zusje .

  3. Voltooide tijd

    De fietser zijn hand voor de bocht.

  4. Verleden tijd

    Terwijl de bus langskwam, een kind zijn arm .

Zo werkt dit werkwoord

  • Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: uitsteken, stak uit, uitgestoken.
  • Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat uit naar het eind: ik steek uit. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik uitsteek, ... dat ik uitstak.
  • In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: uitgestoken.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van uitsteken?

stak uit (ik, jij, hij/zij/het) en staken uit (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van uitsteken?

uitgestoken, met hebben: ik heb uitgestoken.

Gebruik je uitsteken met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb uitgestoken, hij heeft uitgestoken.

Is uitsteken een scheidbaar werkwoord?

Ja. In een hoofdzin gaat uit naar het einde (ik steek uit), in een bijzin blijft het vast (dat ik uitsteek). Voltooid deelwoord: uitgestoken.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.