Niveau B1 · Regelmatig, scheidbaar
Vervoeging van Uitstrekken
uitstrekken = to stretch out
- Hele werkwoord
- uitstrekken
- Verleden tijd
- strekte uit · strekten uit
- Voltooide tijd
- heeft uitgestrekt
Kort antwoord
Uitstrekken is in het Engels to stretch out. Verleden tijd: strekte uit (enkelvoud) en strekten uit (meervoud). Voltooid deelwoord: uitgestrekt, met hebben: ik heb uitgestrekt.
Oefen uitstrekkenTegenwoordige tijd
| ik | strek uit |
| jij | strekt uit |
| hij/zij/het | strekt uit |
| wij | strekken uit |
| jullie | strekken uit |
| zij | strekken uit |
Verleden tijd
| ik | strekte uit |
| jij | strekte uit |
| hij/zij/het | strekte uit |
| wij | strekten uit |
| jullie | strekten uit |
| zij | strekten uit |
Voltooide tijd
| ik | heb uitgestrekt |
| jij | hebt uitgestrekt |
| hij/zij/het | heeft uitgestrekt |
| wij | hebben uitgestrekt |
| jullie | hebben uitgestrekt |
| zij | hebben uitgestrekt |
Voltooid verleden tijd
| ik | had uitgestrekt |
| jij | had uitgestrekt |
| hij/zij/het | had uitgestrekt |
| wij | hadden uitgestrekt |
| jullie | hadden uitgestrekt |
| zij | hadden uitgestrekt |
Toekomende tijd
| ik | zal uitstrekken |
| jij | zult uitstrekken |
| hij/zij/het | zal uitstrekken |
| wij | zullen uitstrekken |
| jullie | zullen uitstrekken |
| zij | zullen uitstrekken |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou uitstrekken |
| jij | zou uitstrekken |
| hij/zij/het | zou uitstrekken |
| wij | zouden uitstrekken |
| jullie | zouden uitstrekken |
| zij | zouden uitstrekken |
Uitstrekken is een scheidbaar werkwoord
In een hoofdzin gaat uit naar het einde (ik strek uit). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik uitstrek). Voltooid deelwoord: uitgestrekt.
| Hoofdzin | ik strek uit |
| Vraag | strek jij uit? |
| Bijzin | … dat ik uitstrek |
| Met een modaal werkwoord | ik wil uitstrekken |
| Voltooide tijd | ik heb uitgestrekt |
| Met om ... te | om uit te strekken |
| Gebiedende wijs | strek uit! |
Oefen uitstrekken
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
uitstrekken in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is strek. In strekken staat k voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (strekte, strekten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (uitgestrekt).
- Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat uit naar het eind: ik strek uit. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik uitstrek, ... dat ik uitstrekte.
- In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: uitgestrekt.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van uitstrekken?
strekte uit (ik, jij, hij/zij/het) en strekten uit (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van uitstrekken?
uitgestrekt, met hebben: ik heb uitgestrekt.
Gebruik je uitstrekken met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb uitgestrekt, hij heeft uitgestrekt.
Is uitstrekken een scheidbaar werkwoord?
Ja. In een hoofdzin gaat uit naar het einde (ik strek uit), in een bijzin blijft het vast (dat ik uitstrek). Voltooid deelwoord: uitgestrekt.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.