Niveau B2 · Onregelmatig, scheidbaar
Vervoeging van Vastlopen
vastlopen = to get stuck
- Hele werkwoord
- vastlopen
- Verleden tijd
- liep vast · liepen vast
- Voltooide tijd
- is vastgelopen
Kort antwoord
Vastlopen is in het Engels to get stuck. Verleden tijd: liep vast (enkelvoud) en liepen vast (meervoud). Voltooid deelwoord: vastgelopen, met zijn: ik ben vastgelopen.
Oefen vastlopenTegenwoordige tijd
| ik | loop vast |
| jij | loopt vast |
| hij/zij/het | loopt vast |
| wij | lopen vast |
| jullie | lopen vast |
| zij | lopen vast |
Verleden tijd
| ik | liep vast |
| jij | liep vast |
| hij/zij/het | liep vast |
| wij | liepen vast |
| jullie | liepen vast |
| zij | liepen vast |
Voltooide tijd
| ik | ben vastgelopen |
| jij | bent vastgelopen |
| hij/zij/het | is vastgelopen |
| wij | zijn vastgelopen |
| jullie | zijn vastgelopen |
| zij | zijn vastgelopen |
Voltooid verleden tijd
| ik | was vastgelopen |
| jij | was vastgelopen |
| hij/zij/het | was vastgelopen |
| wij | waren vastgelopen |
| jullie | waren vastgelopen |
| zij | waren vastgelopen |
Toekomende tijd
| ik | zal vastlopen |
| jij | zult vastlopen |
| hij/zij/het | zal vastlopen |
| wij | zullen vastlopen |
| jullie | zullen vastlopen |
| zij | zullen vastlopen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou vastlopen |
| jij | zou vastlopen |
| hij/zij/het | zou vastlopen |
| wij | zouden vastlopen |
| jullie | zouden vastlopen |
| zij | zouden vastlopen |
Vastlopen is een scheidbaar werkwoord
In een hoofdzin gaat vast naar het einde (ik loop vast). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik vastloop). Voltooid deelwoord: vastgelopen.
| Hoofdzin | ik loop vast |
| Vraag | loop jij vast? |
| Bijzin | … dat ik vastloop |
| Met een modaal werkwoord | ik wil vastlopen |
| Voltooide tijd | ik ben vastgelopen |
| Met om ... te | om vast te lopen |
| Gebiedende wijs | loop vast! |
Oefen vastlopen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
vastlopen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: vastlopen, liep vast, vastgelopen.
- Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat vast naar het eind: ik loop vast. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik vastloop, ... dat ik vastliep.
- In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: vastgelopen.
- Voltooide tijd met zijn: ik ben vastgelopen, niet ik heb vastgelopen.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van vastlopen?
liep vast (ik, jij, hij/zij/het) en liepen vast (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van vastlopen?
vastgelopen, met zijn: ik ben vastgelopen.
Gebruik je vastlopen met hebben of zijn?
Met zijn: ik ben vastgelopen, hij is vastgelopen.
Is vastlopen een scheidbaar werkwoord?
Ja. In een hoofdzin gaat vast naar het einde (ik loop vast), in een bijzin blijft het vast (dat ik vastloop). Voltooid deelwoord: vastgelopen.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.