Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B1 · Irregular, separable

Vastzitten conjugation

vastzitten = to be stuck, to be imprisoned

Infinitive
vastzitten
Past
zat vast · zaten vast
Perfect
heeft vastgezeten

Quick answer

Vastzitten means to be stuck, to be imprisoned. Past tense: zat vast (singular) and zaten vast (plural). Past participle: vastgezeten, with hebben: ik heb vastgezeten.

Practise vastzitten

Present (tegenwoordige tijd)

ikzit vast
jijzit vast
hij/zij/hetzit vast
wijzitten vast
julliezitten vast
zijzitten vast

Past (verleden tijd)

ikzat vast
jijzat vast
hij/zij/hetzat vast
wijzaten vast
julliezaten vast
zijzaten vast

Perfect (voltooide tijd)

ikheb vastgezeten
jijhebt vastgezeten
hij/zij/hetheeft vastgezeten
wijhebben vastgezeten
julliehebben vastgezeten
zijhebben vastgezeten

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad vastgezeten
jijhad vastgezeten
hij/zij/hethad vastgezeten
wijhadden vastgezeten
julliehadden vastgezeten
zijhadden vastgezeten

Future (toekomende tijd)

ikzal vastzitten
jijzult vastzitten
hij/zij/hetzal vastzitten
wijzullen vastzitten
julliezullen vastzitten
zijzullen vastzitten

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou vastzitten
jijzou vastzitten
hij/zij/hetzou vastzitten
wijzouden vastzitten
julliezouden vastzitten
zijzouden vastzitten

Vastzitten is a separable verb

In a main clause vast goes to the end (ik zit vast). In a subordinate clause the two parts stay together (dat ik vastzit). Participle: vastgezeten.

Main clauseik zit vast
Questionzit jij vast?
Subordinate clause… dat ik vastzit
With a modal verbik wil vastzitten
Perfect tenseik heb vastgezeten
With om ... teom vast te zitten
Imperativezit vast!

Separable verbs: rules and checker

Practise vastzitten

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Irregular verb: the past tense and participle do not follow the regular -te/-de pattern, so learn the three forms together: vastzitten, zat vast, vastgezeten.
  • Separable verb. In a main clause the prefix vast goes to the end: ik zit vast. In a subordinate clause it stays attached: ... dat ik vastzit, ... dat ik vastzat.
  • In the participle, ge goes between the two parts: vastgezeten.

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of vastzitten?

zat vast (ik, jij, hij/zij/het) and zaten vast (wij, jullie, zij).

What is the past participle of vastzitten?

vastgezeten, with hebben: ik heb vastgezeten.

Is vastzitten used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb vastgezeten, hij heeft vastgezeten.

Is vastzitten a separable verb?

Yes. In a main clause vast goes to the end (ik zit vast), in a subordinate clause it stays attached (dat ik vastzit). Participle: vastgezeten.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.