Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Onregelmatig, niet scheidbaar

Vervoeging van Verschuiven

verschuiven = to shift or postpone

Hele werkwoord
verschuiven
Verleden tijd
verschoof · verschoven
Voltooide tijd
heeft / is verschoven

Kort antwoord

Verschuiven is in het Engels to shift or postpone. Verleden tijd: verschoof (enkelvoud) en verschoven (meervoud). Voltooid deelwoord: verschoven, met hebben / zijn: ik heb / ben verschoven.

Oefen verschuiven

Tegenwoordige tijd

ikverschuif
jijverschuift
hij/zij/hetverschuift
wijverschuiven
jullieverschuiven
zijverschuiven

Verleden tijd

ikverschoof
jijverschoof
hij/zij/hetverschoof
wijverschoven
jullieverschoven
zijverschoven

Voltooide tijd

ikheb / ben verschoven
jijhebt / bent verschoven
hij/zij/hetheeft / is verschoven
wijhebben / zijn verschoven
julliehebben / zijn verschoven
zijhebben / zijn verschoven

Voltooid verleden tijd

ikhad / was verschoven
jijhad / was verschoven
hij/zij/hethad / was verschoven
wijhadden / waren verschoven
julliehadden / waren verschoven
zijhadden / waren verschoven

Toekomende tijd

ikzal verschuiven
jijzult verschuiven
hij/zij/hetzal verschuiven
wijzullen verschuiven
julliezullen verschuiven
zijzullen verschuiven

Voorwaardelijke wijs

ikzou verschuiven
jijzou verschuiven
hij/zij/hetzou verschuiven
wijzouden verschuiven
julliezouden verschuiven
zijzouden verschuiven

Verschuiven is niet scheidbaar

Het voorvoegsel ver- blijft in elke zin aan het werkwoord vast (ik verschuif, dat ik verschuif), en het voltooid deelwoord krijgt geen extra ge-: verschoven.

Hoofdzinik verschuif
Vraagverschuif jij?
Bijzin… dat ik verschuif
Met een modaal werkwoordik wil verschuiven
Voltooide tijdik heb / ben verschoven
Met om ... teom te verschuiven
Gebiedende wijsverschuif!

Scheidbare werkwoorden: regels en checker

Oefen verschuiven

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

verschuiven in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De directeur de vergadering naar donderdag.

  2. Verleden tijd

    Gisteren wij ons bezoek naar volgende week.

  3. Voltooide tijd

    Jullie de afspraak al twee keer .

  4. Bijzin

    Ik bel je, omdat ik de les naar vrijdag .

Zo werkt dit werkwoord

  • Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: verschuiven, verschoof, verschoven.
  • Werkwoorden die beginnen met be-, ge-, her-, ont-, ver- of er- krijgen geen extra ge- in het voltooid deelwoord: verschoven.
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij verschuift, maar verschuif jij?
  • Hebben of zijn: hebben voor de activiteit zelf, zijn als je zegt waarheen of wat er veranderde. Ze hebben de vergadering naar vrijdag verschoven. De aandacht is naar het klimaat verschoven.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van verschuiven?

verschoof (ik, jij, hij/zij/het) en verschoven (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van verschuiven?

verschoven, met hebben of zijn, afhankelijk van de betekenis: Ze hebben de vergadering naar vrijdag verschoven. De aandacht is naar het klimaat verschoven.

Gebruik je verschuiven met hebben of zijn?

Allebei, afhankelijk van de betekenis: Ze hebben de vergadering naar vrijdag verschoven. De aandacht is naar het klimaat verschoven.

Is verschuiven een scheidbaar werkwoord?

Nee. Het voorvoegsel ver- gaat bij verschuiven nooit los (ik verschuif, dat ik verschuif), en het voltooid deelwoord krijgt geen extra ge-: verschoven.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.