Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A2 · Regelmatig

Vervoeging van Vieren

vieren = to celebrate

Hele werkwoord
vieren
Verleden tijd
vierde · vierden
Voltooide tijd
heeft gevierd

Kort antwoord

Vieren is in het Engels to celebrate. Verleden tijd: vierde (enkelvoud) en vierden (meervoud). Voltooid deelwoord: gevierd, met hebben: ik heb gevierd.

Oefen vieren

Tegenwoordige tijd

ikvier
jijviert
hij/zij/hetviert
wijvieren
jullievieren
zijvieren

Verleden tijd

ikvierde
jijvierde
hij/zij/hetvierde
wijvierden
jullievierden
zijvierden

Voltooide tijd

ikheb gevierd
jijhebt gevierd
hij/zij/hetheeft gevierd
wijhebben gevierd
julliehebben gevierd
zijhebben gevierd

Voltooid verleden tijd

ikhad gevierd
jijhad gevierd
hij/zij/hethad gevierd
wijhadden gevierd
julliehadden gevierd
zijhadden gevierd

Toekomende tijd

ikzal vieren
jijzult vieren
hij/zij/hetzal vieren
wijzullen vieren
julliezullen vieren
zijzullen vieren

Voorwaardelijke wijs

ikzou vieren
jijzou vieren
hij/zij/hetzou vieren
wijzouden vieren
julliezouden vieren
zijzouden vieren

Oefen vieren

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

vieren in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Wij volgende week het verjaardagsfeest van mijn zus.

  2. Verleden tijd

    Jan zijn nieuwe baan met een grote taart.

  3. Voltooide tijd

    Jullie de overwinning gisteravond met het hele team .

  4. Bijzin

    Mijn ouders zijn blij dat hun dochter haar diploma .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is vier. In vieren staat r voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (vierde, vierden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gevierd).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij viert, maar vier jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van vieren?

vierde (ik, jij, hij/zij/het) en vierden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van vieren?

gevierd, met hebben: ik heb gevierd.

Gebruik je vieren met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gevierd, hij heeft gevierd.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.