Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig

Vervoeging van Wennen

wennen = to get accustomed

Hele werkwoord
wennen
Verleden tijd
wende · wenden
Voltooide tijd
is gewend

Kort antwoord

Wennen is in het Engels to get accustomed. Verleden tijd: wende (enkelvoud) en wenden (meervoud). Voltooid deelwoord: gewend, met zijn: ik ben gewend.

Oefen wennen

Tegenwoordige tijd

ikwen
jijwent
hij/zij/hetwent
wijwennen
julliewennen
zijwennen

Verleden tijd

ikwende
jijwende
hij/zij/hetwende
wijwenden
julliewenden
zijwenden

Voltooide tijd

ikben gewend
jijbent gewend
hij/zij/hetis gewend
wijzijn gewend
julliezijn gewend
zijzijn gewend

Voltooid verleden tijd

ikwas gewend
jijwas gewend
hij/zij/hetwas gewend
wijwaren gewend
julliewaren gewend
zijwaren gewend

Toekomende tijd

ikzal wennen
jijzult wennen
hij/zij/hetzal wennen
wijzullen wennen
julliezullen wennen
zijzullen wennen

Voorwaardelijke wijs

ikzou wennen
jijzou wennen
hij/zij/hetzou wennen
wijzouden wennen
julliezouden wennen
zijzouden wennen

Oefen wennen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

wennen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Mijn zoontje langzaam aan zijn nieuwe school.

  2. Voltooide tijd

    Ik eindelijk aan mijn nieuwe baan .

  3. Tegenwoordige tijd

    De hond nog niet aan het nieuwe huis.

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is wen. In wennen staat n voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (wende, wenden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gewend).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij went, maar wen jij?
  • Voltooide tijd met zijn: ik ben gewend, niet ik heb gewend.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van wennen?

wende (ik, jij, hij/zij/het) en wenden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van wennen?

gewend, met zijn: ik ben gewend.

Gebruik je wennen met hebben of zijn?

Met zijn: ik ben gewend, hij is gewend.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.