Level B1 · Regular, separable
Ophalen conjugation
ophalen = to pick up, collect
- Infinitive
- ophalen
- Past
- haalde op · haalden op
- Perfect
- heeft opgehaald
Quick answer
Ophalen means to pick up, collect. Past tense: haalde op (singular) and haalden op (plural). Past participle: opgehaald, with hebben: ik heb opgehaald.
Practise ophalenPresent (tegenwoordige tijd)
| ik | haal op |
| jij | haalt op |
| hij/zij/het | haalt op |
| wij | halen op |
| jullie | halen op |
| zij | halen op |
Past (verleden tijd)
| ik | haalde op |
| jij | haalde op |
| hij/zij/het | haalde op |
| wij | haalden op |
| jullie | haalden op |
| zij | haalden op |
Perfect (voltooide tijd)
| ik | heb opgehaald |
| jij | hebt opgehaald |
| hij/zij/het | heeft opgehaald |
| wij | hebben opgehaald |
| jullie | hebben opgehaald |
| zij | hebben opgehaald |
Past perfect (voltooid verleden tijd)
| ik | had opgehaald |
| jij | had opgehaald |
| hij/zij/het | had opgehaald |
| wij | hadden opgehaald |
| jullie | hadden opgehaald |
| zij | hadden opgehaald |
Future (toekomende tijd)
| ik | zal ophalen |
| jij | zult ophalen |
| hij/zij/het | zal ophalen |
| wij | zullen ophalen |
| jullie | zullen ophalen |
| zij | zullen ophalen |
Conditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou ophalen |
| jij | zou ophalen |
| hij/zij/het | zou ophalen |
| wij | zouden ophalen |
| jullie | zouden ophalen |
| zij | zouden ophalen |
Practise ophalen
Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.
1 of 60 ✓
Present
How this verb works
- Regular verb. The stem is haal. The infinitive halen has l before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (haalde, haalden) and the participle ends in -d (opgehaald).
- Separable verb. In a main clause the prefix op goes to the end: ik haal op. In a subordinate clause it stays attached: ... dat ik ophaal, ... dat ik ophaalde.
- In the participle, ge goes between the two parts: opgehaald.
Questions about Dutch verbs
What is the past tense of ophalen?
haalde op (ik, jij, hij/zij/het) and haalden op (wij, jullie, zij).
What is the past participle of ophalen?
opgehaald, with hebben: ik heb opgehaald.
Is ophalen used with hebben or zijn?
With hebben: ik heb opgehaald, hij heeft opgehaald.
More verbs
Want to stop looking words up?
The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.
Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.