Niveau B1 · Regelmatig
Vervoeging van Wisselen
wisselen = to exchange, change
- Hele werkwoord
- wisselen
- Verleden tijd
- wisselde · wisselden
- Voltooide tijd
- heeft gewisseld
Kort antwoord
Wisselen is in het Engels to exchange, change. Verleden tijd: wisselde (enkelvoud) en wisselden (meervoud). Voltooid deelwoord: gewisseld, met hebben: ik heb gewisseld.
Oefen wisselenTegenwoordige tijd
| ik | wissel |
| jij | wisselt |
| hij/zij/het | wisselt |
| wij | wisselen |
| jullie | wisselen |
| zij | wisselen |
Verleden tijd
| ik | wisselde |
| jij | wisselde |
| hij/zij/het | wisselde |
| wij | wisselden |
| jullie | wisselden |
| zij | wisselden |
Voltooide tijd
| ik | heb gewisseld |
| jij | hebt gewisseld |
| hij/zij/het | heeft gewisseld |
| wij | hebben gewisseld |
| jullie | hebben gewisseld |
| zij | hebben gewisseld |
Voltooid verleden tijd
| ik | had gewisseld |
| jij | had gewisseld |
| hij/zij/het | had gewisseld |
| wij | hadden gewisseld |
| jullie | hadden gewisseld |
| zij | hadden gewisseld |
Toekomende tijd
| ik | zal wisselen |
| jij | zult wisselen |
| hij/zij/het | zal wisselen |
| wij | zullen wisselen |
| jullie | zullen wisselen |
| zij | zullen wisselen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou wisselen |
| jij | zou wisselen |
| hij/zij/het | zou wisselen |
| wij | zouden wisselen |
| jullie | zouden wisselen |
| zij | zouden wisselen |
Oefen wisselen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
wisselen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is wissel. In wisselen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (wisselde, wisselden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gewisseld).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij wisselt, maar wissel jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van wisselen?
wisselde (ik, jij, hij/zij/het) en wisselden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van wisselen?
gewisseld, met hebben: ik heb gewisseld.
Gebruik je wisselen met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb gewisseld, hij heeft gewisseld.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.