Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig

Vervoeging van Zagen

zagen = to saw

Hele werkwoord
zagen
Verleden tijd
zaagde · zaagden
Voltooide tijd
heeft gezaagd

Kort antwoord

Zagen is in het Engels to saw. Verleden tijd: zaagde (enkelvoud) en zaagden (meervoud). Voltooid deelwoord: gezaagd, met hebben: ik heb gezaagd.

Oefen zagen

Tegenwoordige tijd

ikzaag
jijzaagt
hij/zij/hetzaagt
wijzagen
julliezagen
zijzagen

Verleden tijd

ikzaagde
jijzaagde
hij/zij/hetzaagde
wijzaagden
julliezaagden
zijzaagden

Voltooide tijd

ikheb gezaagd
jijhebt gezaagd
hij/zij/hetheeft gezaagd
wijhebben gezaagd
julliehebben gezaagd
zijhebben gezaagd

Voltooid verleden tijd

ikhad gezaagd
jijhad gezaagd
hij/zij/hethad gezaagd
wijhadden gezaagd
julliehadden gezaagd
zijhadden gezaagd

Toekomende tijd

ikzal zagen
jijzult zagen
hij/zij/hetzal zagen
wijzullen zagen
julliezullen zagen
zijzullen zagen

Voorwaardelijke wijs

ikzou zagen
jijzou zagen
hij/zij/hetzou zagen
wijzouden zagen
julliezouden zagen
zijzouden zagen

Oefen zagen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

zagen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Jij het hout in kleine stukken.

  2. Verleden tijd

    Mijn vader gisteren een dikke tak af.

  3. Voltooide tijd

    Ik de plank te kort .

  4. Bijzin

    Ze zijn blij omdat wij het hout .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is zaag. In zagen staat g voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (zaagde, zaagden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gezaagd).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij zaagt, maar zaag jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van zagen?

zaagde (ik, jij, hij/zij/het) en zaagden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van zagen?

gezaagd, met hebben: ik heb gezaagd.

Gebruik je zagen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gezaagd, hij heeft gezaagd.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.