Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig

Vervoeging van Zeuren

zeuren = to whine, persist

Hele werkwoord
zeuren
Verleden tijd
zeurde · zeurden
Voltooide tijd
heeft gezeurd

Kort antwoord

Zeuren is in het Engels to whine, persist. Verleden tijd: zeurde (enkelvoud) en zeurden (meervoud). Voltooid deelwoord: gezeurd, met hebben: ik heb gezeurd.

Oefen zeuren

Tegenwoordige tijd

ikzeur
jijzeurt
hij/zij/hetzeurt
wijzeuren
julliezeuren
zijzeuren

Verleden tijd

ikzeurde
jijzeurde
hij/zij/hetzeurde
wijzeurden
julliezeurden
zijzeurden

Voltooide tijd

ikheb gezeurd
jijhebt gezeurd
hij/zij/hetheeft gezeurd
wijhebben gezeurd
julliehebben gezeurd
zijhebben gezeurd

Voltooid verleden tijd

ikhad gezeurd
jijhad gezeurd
hij/zij/hethad gezeurd
wijhadden gezeurd
julliehadden gezeurd
zijhadden gezeurd

Toekomende tijd

ikzal zeuren
jijzult zeuren
hij/zij/hetzal zeuren
wijzullen zeuren
julliezullen zeuren
zijzullen zeuren

Voorwaardelijke wijs

ikzou zeuren
jijzou zeuren
hij/zij/hetzou zeuren
wijzouden zeuren
julliezouden zeuren
zijzouden zeuren

Oefen zeuren

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

zeuren in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Mijn zoontje de hele dag om snoep.

  2. Verleden tijd

    Wij net zo lang tot hij ja zei.

  3. Voltooide tijd

    Jij gisteren de hele avond over het weer .

  4. Bijzin

    Ik word boos als jullie steeds over geld .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is zeur. In zeuren staat r voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (zeurde, zeurden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gezeurd).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij zeurt, maar zeur jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van zeuren?

zeurde (ik, jij, hij/zij/het) en zeurden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van zeuren?

gezeurd, met hebben: ik heb gezeurd.

Gebruik je zeuren met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gezeurd, hij heeft gezeurd.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.