Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Onregelmatig

Vervoeging van Zinken

zinken = to sink

Hele werkwoord
zinken
Verleden tijd
zonk · zonken
Voltooide tijd
is gezonken

Kort antwoord

Zinken is in het Engels to sink. Verleden tijd: zonk (enkelvoud) en zonken (meervoud). Voltooid deelwoord: gezonken, met zijn: ik ben gezonken.

Oefen zinken

Tegenwoordige tijd

ikzink
jijzinkt
hij/zij/hetzinkt
wijzinken
julliezinken
zijzinken

Verleden tijd

ikzonk
jijzonk
hij/zij/hetzonk
wijzonken
julliezonken
zijzonken

Voltooide tijd

ikben gezonken
jijbent gezonken
hij/zij/hetis gezonken
wijzijn gezonken
julliezijn gezonken
zijzijn gezonken

Voltooid verleden tijd

ikwas gezonken
jijwas gezonken
hij/zij/hetwas gezonken
wijwaren gezonken
julliewaren gezonken
zijwaren gezonken

Toekomende tijd

ikzal zinken
jijzult zinken
hij/zij/hetzal zinken
wijzullen zinken
julliezullen zinken
zijzullen zinken

Voorwaardelijke wijs

ikzou zinken
jijzou zinken
hij/zij/hetzou zinken
wijzouden zinken
julliezouden zinken
zijzouden zinken

Oefen zinken

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

zinken in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De steen snel naar de bodem van het meer.

  2. Verleden tijd

    Het schip in de storm.

  3. Voltooide tijd

    De boot gisteren in de haven .

  4. Bijzin

    Ik zag dat de telefoon langzaam in het water .

Zo werkt dit werkwoord

  • Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: zinken, zonk, gezonken.
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij zinkt, maar zink jij?
  • Voltooide tijd met zijn: ik ben gezonken, niet ik heb gezonken.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van zinken?

zonk (ik, jij, hij/zij/het) en zonken (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van zinken?

gezonken, met zijn: ik ben gezonken.

Gebruik je zinken met hebben of zijn?

Met zijn: ik ben gezonken, hij is gezonken.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.