Niveau B1 · 10 werkwoorden
10 separable verbs with aan
10 scheidbare werkwoorden met aan
Aan often means on: aanzetten is to switch on, aantrekken is to put on. In a main clause aan goes to the end: De trein komt om tien uur aan.
De 10 werkwoorden
- 01
- 02
- 03
- 04
- 05
- 06
- 07
- 08
- 09
- 10
Onthoud
Aankomen has two meanings: to arrive and to gain weight. Its perfect tense uses zijn: De trein is aangekomen. Ik ben twee kilo aangekomen.
Oefeningen
Vul de zinnen hier of op papier aan. De antwoorden staan onder elke oefening en in de PDF.
A.Write the verb in the right place
- De bus om half negen . (aankomen)
- je warme sokken . (aantrekken)
- Mijn buurman me een kop thee . (aanbieden)
- Ik me vandaag voor de taalcursus. (zich aanmelden)
- Welk restaurant jij ons ? (aanraden)
- De school dit jaar drie docenten . (aannemen)
- jij de verwarming ? (aanzetten)
- Wij het plan nog een beetje . (aanpassen)
- Mijn buurvrouw een uitkering bij de gemeente. (aanvragen)
- Hij iedereen met je en jij. (aanspreken)
Toon de antwoorden
- komt … aan
- Trek … aan
- biedt … aan
- meld … aan
- raad … aan
- neemt … aan
- Zet … aan
- passen … aan
- vraagt … aan
- spreekt … aan
B.Write the perfect tense (hebben or zijn + past participle)
- de trein / aankomen: De trein op tijd .
- ik / aanvragen: Ik een nieuw paspoort .
- Lisa / aantrekken: Lisa haar nieuwe jurk .
- wij / aanraden: Wij hem een goede dokter .
- het bedrijf / aannemen: Het bedrijf twee nieuwe mensen .
Toon de antwoorden
- is … aangekomen
- heb … aangevraagd
- heeft … aangetrokken
- hebben … aangeraden
- heeft … aangenomen
Meer werkbladen
- 10 Dutch verbs with a fixed preposition
- One verb, 10 meanings: kijken
- 10 separable verbs with op
- 10 Dutch verbs that take zijn
- 10 separable verbs with uit
- 10 reflexive Dutch verbs
- 10 irregular Dutch verbs in the past tense
- Alle werkbladen
Oefen ook online
Oefen alle tijden met directe feedback in de werkwoordentrainer, of zoek elk werkwoord op in de gratis vervoeger.
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.