Level B1 · 10 verbs
One verb, 10 meanings: kijken
Eén werkwoord, 10 betekenissen: kijken
Kijken changes its meaning with a preposition or a separable particle. Uitkijken naar is looking forward to something, neerkijken op is looking down on someone.
The 10 verbs
- 01
- 02
- 03
- 04
- 05
- 06
- 07
- 08
neerkijken op
to look down on
Hij kijkt neer op mensen zonder diploma.
- 09
- 10
Remember
In a main clause the particle goes to the end: Ik kijk uit naar de zomer. The preposition stays with its object.
Exercises
Fill in the gaps here or on paper. The answers are under each exercise and in the PDF.
A.Fill in the missing word
- We kijken erg naar de vakantie: nog maar twee weken!
- Kijk voor de natte vloer!
- Ik kijk tegen het examen, want het is moeilijk.
- Ik kijk met plezier op mijn studietijd.
- Zij kijkt op mensen met weinig geld.
- Ik wil niets kopen, ik kijk alleen even .
- Kijk eens je tas, misschien zitten je sleutels erin.
- Ze staan langs de kant en kijken hoe de kinderen voetballen.
- Hij kijkt zijn horloge: het is al laat.
- Wat doe je vanavond? Ik kijk een film.
Show answers
- uit
- uit
- op
- terug
- neer
- rond
- in
- toe
- op / naar
- naar
More worksheets
- 10 Dutch verbs with a fixed preposition
- 10 separable verbs with op
- 10 Dutch verbs that take zijn
- 10 separable verbs with uit
- 10 reflexive Dutch verbs
- 10 irregular Dutch verbs in the past tense
- 10 separable verbs with aan
- All worksheets
Practise online too
Drill every tense with instant feedback in the verb trainer, or look up any verb in the free conjugator.
Want to stop looking words up?
The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.