English has one verb, to know. Dutch has two: kennen and weten. Using the wrong one is one of the first things a Dutch person notices, and the fix takes one minute.

Kennen: people, places and things you are familiar with
Ik ken Jan. (I know Jan.) Ken jij Utrecht? (Do you know Utrecht?) Ik ken dat liedje. (I know that song.) Ik ken dat woord niet. (I do not know that word.)
Weten: facts and information
Ik weet het. (I know.) Ik weet het niet. (I do not know.) Weet jij waar het station is? (Do you know where the station is?) Ik weet dat je gelijk hebt. (I know you are right.)
The shortcut
Are you familiar with someone or something? Kennen. Do you know a fact or a piece of information? Weten. One reliable signal: if a whole clause follows, starting with dat, of, waar, wie, wat, hoe or wanneer, it is always weten: Ik weet dat je gelijk hebt. Weet jij hoe laat het is? Do not decide by one word alone, though: Ik ken het boek and Ik ken dat liedje are correct, and so is Ik weet het antwoord.
| kennen | weten | |
|---|---|---|
| ik | ken | weet |
| jij, u | kent | weet |
| hij, zij | kent | weet |
| wij, jullie, zij | kennen | weten |
| past | kende, kenden | wist, wisten |
| perfect | heb gekend | heb geweten |
The classic mistakes
- Ik ken niet. Say: Ik weet het niet.
- Ik weet hem. Say: Ik ken hem.
- Weet je Amsterdam? Say: Ken je Amsterdam?
Bonus: leren kennen
Leren kennen means to get to know or to meet someone: Ik heb mijn vriend op mijn werk leren kennen. (I met my boyfriend at work.) And when you meet someone new: Leuk je te leren kennen!
Quick test
1. ... jij mijn zus? 2. Ik ... niet hoe laat het is. 3. ... jij een goede kapper? 4. Wij ... dat het morgen regent. 5. Ik ... dit restaurant niet.
Answers: 1 Ken, 2 weet, 3 Ken or Weet (Weet jij een goede kapper? asks for a recommendation), 4 weten, 5 ken.
Want to see which parts of Dutch grammar you already have under control? Take the free Dutch level test, or practise real sentences every day with our Dutch WhatsApp Buddy.