Niveau A2 · Regelmäßig
Parkeren konjugieren
parkeren = parken
- Infinitiv
- parkeren
- Präteritum
- parkeerde · parkeerden
- Perfekt
- heeft geparkeerd
Kurze Antwort
Parkeren bedeutet parken. Präteritum: parkeerde (Singular) und parkeerden (Plural). Partizip Perfekt: geparkeerd, mit hebben: ik heb geparkeerd.
parkeren übenPräsens (tegenwoordige tijd)
| ik | parkeer |
| jij | parkeert |
| hij/zij/het | parkeert |
| wij | parkeren |
| jullie | parkeren |
| zij | parkeren |
Präteritum (verleden tijd)
| ik | parkeerde |
| jij | parkeerde |
| hij/zij/het | parkeerde |
| wij | parkeerden |
| jullie | parkeerden |
| zij | parkeerden |
Perfekt (voltooide tijd)
| ik | heb geparkeerd |
| jij | hebt geparkeerd |
| hij/zij/het | heeft geparkeerd |
| wij | hebben geparkeerd |
| jullie | hebben geparkeerd |
| zij | hebben geparkeerd |
Plusquamperfekt (voltooid verleden tijd)
| ik | had geparkeerd |
| jij | had geparkeerd |
| hij/zij/het | had geparkeerd |
| wij | hadden geparkeerd |
| jullie | hadden geparkeerd |
| zij | hadden geparkeerd |
Futur (toekomende tijd)
| ik | zal parkeren |
| jij | zult parkeren |
| hij/zij/het | zal parkeren |
| wij | zullen parkeren |
| jullie | zullen parkeren |
| zij | zullen parkeren |
Konditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou parkeren |
| jij | zou parkeren |
| hij/zij/het | zou parkeren |
| wij | zouden parkeren |
| jullie | zouden parkeren |
| zij | zouden parkeren |
parkeren üben
Sechs kurze Formen. Tippe die Antwort, drücke Enter und sieh sofort, ob sie stimmt.
Präsens
parkeren im Satz
Setze die richtige Form ein. Der Satz verrät dir, wer handelt und wann. Nach der Prüfung siehst du, was er bedeutet.
So funktioniert dieses Verb
- Regelmäßiges Verb. Der Stamm ist parkeer. Im Infinitiv parkeren steht r vor -en, und das gehört nicht zu 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), deshalb bekommt das Präteritum -de (parkeerde, parkeerden) und das Partizip endet auf -d (geparkeerd).
- Steht jij hinter dem Verb, fällt das -t weg: jij parkeert, aber parkeer jij?
Fragen zu niederländischen Verben
Was ist das Präteritum von parkeren?
parkeerde (ik, jij, hij/zij/het) und parkeerden (wij, jullie, zij).
Was ist das Partizip Perfekt von parkeren?
geparkeerd, mit hebben: ik heb geparkeerd.
Wird parkeren mit hebben oder zijn gebildet?
Mit hebben: ik heb geparkeerd, hij heeft geparkeerd.
Weitere Verben
Alle VerbenAlle Verben von A bis ZTrennbare Verben: Regeln und PrüferDe-oder-het-Prüfer
Willst du nicht mehr alles nachschlagen?
Der kostenlose Einstufungstest zeigt, wo dein Niederländisch steht und was du als Nächstes lernst.
Formen mit Wiktionary abgeglichen. Zusammengesetzte Zeiten nutzen die festen Formen von hebben, zijn, zullen und zou.