Niveau A2 · Regelmäßig
Rennen konjugieren
rennen = schnell laufen
- Infinitiv
- rennen
- Präteritum
- rende · renden
- Perfekt
- heeft / is gerend
Kurze Antwort
Rennen bedeutet schnell laufen. Präteritum: rende (Singular) und renden (Plural). Partizip Perfekt: gerend, mit hebben / zijn: ik heb / ben gerend.
rennen übenPräsens (tegenwoordige tijd)
| ik | ren |
| jij | rent |
| hij/zij/het | rent |
| wij | rennen |
| jullie | rennen |
| zij | rennen |
Präteritum (verleden tijd)
| ik | rende |
| jij | rende |
| hij/zij/het | rende |
| wij | renden |
| jullie | renden |
| zij | renden |
Perfekt (voltooide tijd)
| ik | heb / ben gerend |
| jij | hebt / bent gerend |
| hij/zij/het | heeft / is gerend |
| wij | hebben / zijn gerend |
| jullie | hebben / zijn gerend |
| zij | hebben / zijn gerend |
Plusquamperfekt (voltooid verleden tijd)
| ik | had / was gerend |
| jij | had / was gerend |
| hij/zij/het | had / was gerend |
| wij | hadden / waren gerend |
| jullie | hadden / waren gerend |
| zij | hadden / waren gerend |
Futur (toekomende tijd)
| ik | zal rennen |
| jij | zult rennen |
| hij/zij/het | zal rennen |
| wij | zullen rennen |
| jullie | zullen rennen |
| zij | zullen rennen |
Konditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou rennen |
| jij | zou rennen |
| hij/zij/het | zou rennen |
| wij | zouden rennen |
| jullie | zouden rennen |
| zij | zouden rennen |
rennen üben
Sechs kurze Formen. Tippe die Antwort, drücke Enter und sieh sofort, ob sie stimmt.
Präsens
rennen im Satz
Setze die richtige Form ein. Der Satz verrät dir, wer handelt und wann. Nach der Prüfung siehst du, was er bedeutet.
So funktioniert dieses Verb
- Regelmäßiges Verb. Der Stamm ist ren. Im Infinitiv rennen steht n vor -en, und das gehört nicht zu 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), deshalb bekommt das Präteritum -de (rende, renden) und das Partizip endet auf -d (gerend).
- Steht jij hinter dem Verb, fällt das -t weg: jij rent, aber ren jij?
- Hebben oder zijn: hebben für die Tätigkeit selbst, zijn, wenn du sagst, wohin oder was sich verändert hat. Ik heb vanmorgen vijf kilometer gerend. Hij is naar de bus gerend.
Fragen zu niederländischen Verben
Was ist das Präteritum von rennen?
rende (ik, jij, hij/zij/het) und renden (wij, jullie, zij).
Was ist das Partizip Perfekt von rennen?
gerend, je nach Bedeutung mit hebben oder zijn: Ik heb vanmorgen vijf kilometer gerend. Hij is naar de bus gerend.
Wird rennen mit hebben oder zijn gebildet?
Beides, je nach Bedeutung: Ik heb vanmorgen vijf kilometer gerend. Hij is naar de bus gerend.
Weitere Verben
Alle VerbenAlle Verben von A bis ZTrennbare Verben: Regeln und PrüferDe-oder-het-Prüfer
Willst du nicht mehr alles nachschlagen?
Der kostenlose Einstufungstest zeigt, wo dein Niederländisch steht und was du als Nächstes lernst.
Formen mit Wiktionary abgeglichen. Zusammengesetzte Zeiten nutzen die festen Formen von hebben, zijn, zullen und zou.