Dutch Fluency
Mein Niveau findenNiveau
Anmelden

Niveau B1 · Regelmäßig

Stranden konjugieren

stranden = auflaufen, stranden

Infinitiv
stranden
Präteritum
strandde · strandden
Perfekt
is gestrand

Kurze Antwort

Stranden bedeutet auflaufen, stranden. Präteritum: strandde (Singular) und strandden (Plural). Partizip Perfekt: gestrand, mit zijn: ik ben gestrand.

stranden üben

Präsens (tegenwoordige tijd)

ikstrand
jijstrandt
hij/zij/hetstrandt
wijstranden
julliestranden
zijstranden

Präteritum (verleden tijd)

ikstrandde
jijstrandde
hij/zij/hetstrandde
wijstrandden
julliestrandden
zijstrandden

Perfekt (voltooide tijd)

ikben gestrand
jijbent gestrand
hij/zij/hetis gestrand
wijzijn gestrand
julliezijn gestrand
zijzijn gestrand

Plusquamperfekt (voltooid verleden tijd)

ikwas gestrand
jijwas gestrand
hij/zij/hetwas gestrand
wijwaren gestrand
julliewaren gestrand
zijwaren gestrand

Futur (toekomende tijd)

ikzal stranden
jijzult stranden
hij/zij/hetzal stranden
wijzullen stranden
julliezullen stranden
zijzullen stranden

Konditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou stranden
jijzou stranden
hij/zij/hetzou stranden
wijzouden stranden
julliezouden stranden
zijzouden stranden

stranden üben

Sechs kurze Formen. Tippe die Antwort, drücke Enter und sieh sofort, ob sie stimmt.

1 von 60 ✓

Präsens

ik

stranden im Satz

Setze die richtige Form ein. Der Satz verrät dir, wer handelt und wann. Nach der Prüfung siehst du, was er bedeutet.

  1. Präsens

    Als het water laag is, de boot op het zand.

  2. Präteritum

    Het schip vorige winter bij het eiland.

  3. Perfekt

    Door de storm de reizigers op het station .

  4. Präsens

    Wij vaak op een verlaten plek als de auto kapotgaat.

So funktioniert dieses Verb

  • Regelmäßiges Verb. Der Stamm ist strand. Im Infinitiv stranden steht d vor -en, und das gehört nicht zu 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), deshalb bekommt das Präteritum -de (strandde, strandden) und das Partizip endet auf -d (gestrand).
  • Steht jij hinter dem Verb, fällt das -t weg: jij strandt, aber strand jij?
  • Perfekt mit zijn: ik ben gestrand, nicht ik heb gestrand.

Fragen zu niederländischen Verben

Was ist das Präteritum von stranden?

strandde (ik, jij, hij/zij/het) und strandden (wij, jullie, zij).

Was ist das Partizip Perfekt von stranden?

gestrand, mit zijn: ik ben gestrand.

Wird stranden mit hebben oder zijn gebildet?

Mit zijn: ik ben gestrand, hij is gestrand.

Weitere Verben

Alle VerbenAlle Verben von A bis ZTrennbare Verben: Regeln und PrüferDe-oder-het-Prüfer

Willst du nicht mehr alles nachschlagen?

Der kostenlose Einstufungstest zeigt, wo dein Niederländisch steht und was du als Nächstes lernst.

Formen mit Wiktionary abgeglichen. Zusammengesetzte Zeiten nutzen die festen Formen von hebben, zijn, zullen und zou.