Niveau B1 · Regelmatig
Vervoeging van Stranden
stranden = to run aground, be stranded
- Hele werkwoord
- stranden
- Verleden tijd
- strandde · strandden
- Voltooide tijd
- is gestrand
Kort antwoord
Stranden is in het Engels to run aground, be stranded. Verleden tijd: strandde (enkelvoud) en strandden (meervoud). Voltooid deelwoord: gestrand, met zijn: ik ben gestrand.
Oefen strandenTegenwoordige tijd
| ik | strand |
| jij | strandt |
| hij/zij/het | strandt |
| wij | stranden |
| jullie | stranden |
| zij | stranden |
Verleden tijd
| ik | strandde |
| jij | strandde |
| hij/zij/het | strandde |
| wij | strandden |
| jullie | strandden |
| zij | strandden |
Voltooide tijd
| ik | ben gestrand |
| jij | bent gestrand |
| hij/zij/het | is gestrand |
| wij | zijn gestrand |
| jullie | zijn gestrand |
| zij | zijn gestrand |
Voltooid verleden tijd
| ik | was gestrand |
| jij | was gestrand |
| hij/zij/het | was gestrand |
| wij | waren gestrand |
| jullie | waren gestrand |
| zij | waren gestrand |
Toekomende tijd
| ik | zal stranden |
| jij | zult stranden |
| hij/zij/het | zal stranden |
| wij | zullen stranden |
| jullie | zullen stranden |
| zij | zullen stranden |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou stranden |
| jij | zou stranden |
| hij/zij/het | zou stranden |
| wij | zouden stranden |
| jullie | zouden stranden |
| zij | zouden stranden |
Oefen stranden
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
stranden in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is strand. In stranden staat d voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (strandde, strandden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gestrand).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij strandt, maar strand jij?
- Voltooide tijd met zijn: ik ben gestrand, niet ik heb gestrand.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van stranden?
strandde (ik, jij, hij/zij/het) en strandden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van stranden?
gestrand, met zijn: ik ben gestrand.
Gebruik je stranden met hebben of zijn?
Met zijn: ik ben gestrand, hij is gestrand.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.