Niveau B1 · Regelmäßig
Zaaien konjugieren
zaaien = säen, verbreiten
- Infinitiv
- zaaien
- Präteritum
- zaaide · zaaiden
- Perfekt
- heeft gezaaid
Kurze Antwort
Zaaien bedeutet säen, verbreiten. Präteritum: zaaide (Singular) und zaaiden (Plural). Partizip Perfekt: gezaaid, mit hebben: ik heb gezaaid.
zaaien übenPräsens (tegenwoordige tijd)
| ik | zaai |
| jij | zaait |
| hij/zij/het | zaait |
| wij | zaaien |
| jullie | zaaien |
| zij | zaaien |
Präteritum (verleden tijd)
| ik | zaaide |
| jij | zaaide |
| hij/zij/het | zaaide |
| wij | zaaiden |
| jullie | zaaiden |
| zij | zaaiden |
Perfekt (voltooide tijd)
| ik | heb gezaaid |
| jij | hebt gezaaid |
| hij/zij/het | heeft gezaaid |
| wij | hebben gezaaid |
| jullie | hebben gezaaid |
| zij | hebben gezaaid |
Plusquamperfekt (voltooid verleden tijd)
| ik | had gezaaid |
| jij | had gezaaid |
| hij/zij/het | had gezaaid |
| wij | hadden gezaaid |
| jullie | hadden gezaaid |
| zij | hadden gezaaid |
Futur (toekomende tijd)
| ik | zal zaaien |
| jij | zult zaaien |
| hij/zij/het | zal zaaien |
| wij | zullen zaaien |
| jullie | zullen zaaien |
| zij | zullen zaaien |
Konditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou zaaien |
| jij | zou zaaien |
| hij/zij/het | zou zaaien |
| wij | zouden zaaien |
| jullie | zouden zaaien |
| zij | zouden zaaien |
zaaien üben
Sechs kurze Formen. Tippe die Antwort, drücke Enter und sieh sofort, ob sie stimmt.
Präsens
zaaien im Satz
Setze die richtige Form ein. Der Satz verrät dir, wer handelt und wann. Nach der Prüfung siehst du, was er bedeutet.
So funktioniert dieses Verb
- Regelmäßiges Verb. Der Stamm ist zaai. Im Infinitiv zaaien steht i vor -en, und das gehört nicht zu 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), deshalb bekommt das Präteritum -de (zaaide, zaaiden) und das Partizip endet auf -d (gezaaid).
- Steht jij hinter dem Verb, fällt das -t weg: jij zaait, aber zaai jij?
Fragen zu niederländischen Verben
Was ist das Präteritum von zaaien?
zaaide (ik, jij, hij/zij/het) und zaaiden (wij, jullie, zij).
Was ist das Partizip Perfekt von zaaien?
gezaaid, mit hebben: ik heb gezaaid.
Wird zaaien mit hebben oder zijn gebildet?
Mit hebben: ik heb gezaaid, hij heeft gezaaid.
Weitere Verben
Alle VerbenAlle Verben von A bis ZTrennbare Verben: Regeln und PrüferDe-oder-het-Prüfer
Willst du nicht mehr alles nachschlagen?
Der kostenlose Einstufungstest zeigt, wo dein Niederländisch steht und was du als Nächstes lernst.
Formen mit Wiktionary abgeglichen. Zusammengesetzte Zeiten nutzen die festen Formen von hebben, zijn, zullen und zou.